Naar hoofdinhoud
1.. Indien het subsidieplafond van een (sub)doelstelling wordt bereikt, vindt de verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken (sub) doelstelling vastgestelde subsidieplafond is bereikt. 2.. Bij de rangschikking van de aanvragen beoordeelt het college de subsidieaanvragen aan de hand van de volgende criteria en in verhouding tot elkaar. Op welke wijze en in welke mate de activiteiten bijdragen aan de (sub)doelstelling; Welke doelgroep en op welke wijze die doelgroep met de activiteiten wordt bereikt; Welke kosten van de activiteiten worden begroot ten opzichte van het beoogde resultaat; In welke mate de activiteiten bijdragen aan een zo divers en dekkend mogelijk aanbod ten opzichte van de beoogde (sub)doelstelling zoals benoemd in artikel 3; In welke mate de activiteit(en) aansluiten op lokaal en regionaal beleid en lokale en regionale uitvoeringsprogramma's; De activiteiten volgens de SMART-methode (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden) beschreven zijn. 3.. Bij de beoordeling van een aanvraag om subsidie voor een activiteit die gekoppeld is aan de (sub)doelstellingen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c en d, beoordeelt het college, in aanvulling op het tweede lid, ook de wijze waarop er aantoonbaar wordt gemaakt dat er voor de aangevraagde activiteiten wordt samengewerkt met netwerkpartners.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel