Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen Oss 2025

1.. Het college heft een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op indien: de aanvrager verhuist; de aanvrager overlijdt; de aanvrager bij een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij het werkadres niet meer werkzaam is op die locatie; de aanvrager niet meer beschikt over een Europese Gehandicaptenparkeerkaart; de aanvrager of diens huisgenoot niet meer de houder is van het motorvoertuig waarvoor de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats werd aangelegd; niet (langer) wordt voldaan aan de voorwaarden bij of krachtens deze beleidsregels; de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is aangewezen op grond van de door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens; de aanvrager daar om verzoekt. 2.. Het college kan een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats opheffen indien: de gehandicaptenparkeerplaats niet wordt gebruikt ten behoeve van degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen; zich een wijziging voordoet in de omstandigheden en deze wijziging zich verzet tegen de instandlating van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats. 3.. De houder van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is zelf verplicht relevante wijzigingen door te geven.

Rechtspraak bij dit artikel