**1..** Het college heft een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats op indien:
de aanvrager verhuist;
de aanvrager overlijdt;
de aanvrager bij een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bij het werkadres niet meer werkzaam is op die locatie;
de aanvrager niet meer beschikt over een Europese Gehandicaptenparkeerkaart;
de aanvrager of diens huisgenoot niet meer de houder is van het motorvoertuig waarvoor de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats werd aangelegd;
niet (langer) wordt voldaan aan de voorwaarden bij of krachtens deze beleidsregels;
de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is aangewezen op grond van de door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens;
de aanvrager daar om verzoekt.
**2..** Het college kan een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats opheffen indien:
de gehandicaptenparkeerplaats niet wordt gebruikt ten behoeve van degene voor wie de parkeerplaats is aangewezen;
zich een wijziging voordoet in de omstandigheden en deze wijziging zich verzet tegen de instandlating van de gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats.
**3..** De houder van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats is zelf verplicht relevante wijzigingen door te geven.