Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Voorwaarden voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats

Onderdeel van Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen Oss 2025

1.. Op aanvraag van een houder van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders kan een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats nabij het woonadres worden aangewezen indien: deze houder in de basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven en woont op het adres binnen de gemeente Oss waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd; de Europese Gehandicaptenparkeerkaart nog minimaal 6 maanden geldig is na de datum van de aanvraag; deze houder beschikt over een geldig rijbewijs; deze houder niet beschikt of kan beschikken over een naar mening van het college geschikte parkeerplaats op eigen terrein; deze houder of diens huisgenoot houder is van het motorvoertuig of het gehandicaptenvoertuig waarvoor de plaats wordt aangevraagd, en binnen de maximale loopafstand van de aanvrager, gemeten vanaf het woonadres van de aanvrager, de parkeerdruk te hoog is. 2.. Op aanvraag van een houder van een Europese Gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers kan een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats nabij het woonadres worden aangewezen indien: deze houder in de basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven en woont op het adres binnen de gemeente Oss waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd; de Europese Gehandicaptenparkeerkaart nog minimaal 6 maanden geldig is na de datum van de aanvraag; deze houder niet beschikt of kan beschikken over een naar mening van het college geschikte parkeerplaats op eigen terrein; deze houder of diens huisgenoot houder is van het motorvoertuig of het gehandicaptenvoertuig waarvoor de plaats wordt aangevraagd; uit een eventueel door het college aangevraagd aanvullend geneeskundig onderzoek blijkt dat het aanwijzen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats nodig is, en binnen de maximale loopafstand van de aanvrager, gemeten vanaf het woonadres van de aanvrager, de parkeerdruk te hoog is. 3.. Om te bepalen of sprake is van een te hoge parkeerdruk, zoals bedoeld in lid 1 onder f. en lid 2 onder f., dient een parkeeronderzoek te worden uitgevoerd, waaruit dient te blijken dat structureel sprake is van een bezetting van 85% of meer van de binnen de aangegeven loopafstand beschikbare parkeerplaatsen of dat structureel sprake is van maximaal 1 onbezette parkeerplaats in een situatie met minder dan 10 parkeerplaatsen binnen de aangegeven loopafstand. Dit parkeeronderzoek dient op minimaal 3 telmomenten te worden uitgevoerd, verspreid over verschillende dagen en tijdstippen welke maatgevend zijn voor de lokale parkeersituatie. 4.. Een individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt voor één kenteken aangewezen.

Rechtspraak bij dit artikel