**1..** De verstrekking van het leefgeld wordt ingetrokken indien de belanghebbende
inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige in Nederland of in een ander land heeft;
een loondervingsuitkering of een toeslag op grond van de Toeslagenwet ontvangt;
gedurende twee weken niet heeft voldaan aan verzoeken van of namens het college om informatie te verstrekken over zijn inkomsten en gezinssamenstelling;
inkomsten verborgen heeft gehouden en daardoor ten onrechte van de verstrekkingen gebruik heeft gemaakt;
geen gebruik meer maakt van opvang omdat opvang (of onderdak) elders is voorzien;
de opvang definitief verlaat of langer dan 28 dagen per kalenderjaar niet in de opvang is verschenen. Indien belanghebbende zijn verblijf buiten de opvang vooraf heeft gemeld bij het college en de reden van vertrek is gelegen in een aantoonbare medische noodzaak dan wel aantoonbare schrijnende familieomstandigheden in de eerste of tweede graad dan kan het college besluiten niet tot intrekking over te gaan;
ernstig inbreuk maakt op de verplichtingen, genoemd in artikel 6, derde lid van de Regeling;
een ernstige vorm van geweld pleegt jegens medebewoners die in dezelfde opvangvoorziening verblijven, aan personen die werkzaam zijn in de voorziening, of aan anderen.
**2..** Indien de in het eerste lid bedoelde belanghebbende meerderjarig is en deel uitmaakt van een gezin, dan eindigt de verstrekking van het leefgeld van het gehele gezin.
**3..** Indien de in het eerste lid bedoelde belanghebbende minderjarig is, dan eindigt uitsluitend de verstrekking van het leefgeld van die minderjarige.
**4..** Indien één persoon vertrekt of enkele personen van het gezin vertrekken of langer dan 28 dagen niet in de opvangvoorziening is/zijn verschenen, wordt de hoogte van het leefgeld aangepast naar de situatie van het gezin dat nog wel in de opvangvoorziening verblijft.
**5..** De intrekking gaat in vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin van één of meer van de bovengenoemde omstandigheden is gebleken.