Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Innemen standplaats en waarneming

Onderdeel van Beleidsregels Standplaatsen Texel 2025

1.. Een standplaatsvergunning wordt verleend aan een persoon die: aantoont als natuurlijke persoon te zijn ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Voor een incidentele standplaats kan hiervan worden afgeweken, en; minimaal 18 jaar, handelingsbekwaam en gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten. 2.. Een vergunning kan ook worden verleend aan natuurlijke personen die een Vennootschap onder Firma vormen of anderszins onderdeel van een rechtspersoon, stichting of vereniging uitmaakt. 3.. De vergunninghouder neemt de standplaats persoonlijk in en mag deze niet aan een ander afstaan of in gebruik geven. Hij mag zich laten bijstaan door anderen. Daarnaast is het mogelijk dat een ander dan de vergunninghouder de standplaats inneemt als dat vooraf door de vergunninghouder is aangegeven. Hierbij worden in de vergunning of als aanhangsel bij de vergunning de naam, geboortedatum en geboorteplaats opgenomen. 4.. De instemming zoals bedoeld in het derde lid wordt alleen gegeven voor een persoon die voldoet aan de volgende voorwaarden: een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de vergunninghouder; een medewerker van vergunninghouder. 5.. De vergunninghouder is verplicht de standplaats in te nemen op de dagen waarvoor vergunning is verleend. ‘Innemen’ is daadwerkelijk aanwezig zijn voor verkoop van de goederen of diensten. 6.. Als de vergunninghouder wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden is verhinderd de standplaats in te nemen, deelt deze dit schriftelijk mee voorafgaande aan de eerste dag van verhindering of zo spoedig als mogelijk is. Hierbij wordt de te verwachten duur van afwezigheid aangegeven. 7.. Op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in lid 3 door zich te laten waarnemen door personen die voldoen aan het bepaalde in artikel 6 lid 1b. Als waarnemer komen in aanmerking: een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de vergunninghouder; de medewerker van de vergunninghouder. 8.. De ontheffing als bedoeld in lid 7 wordt voor maximaal één jaar verleend. 9.. De vergunninghouder die zijn standplaats laat waarnemen, blijft hoofdelijk aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inrichting van de standplaats en de naleving van deze nadere regels en van de vergunningvoorschriften door de waarnemer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel