Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 22

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) PlusTeam

1.. Het DB zendt elk jaar vóór 22 april een ontwerpbegroting van inkomsten en uitgaven voor het komend dienstjaar aan de raden van de deelnemers, voorzien van de nodige toelichting en specificaties. 2.. In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken door het PlusTeam. 3.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling van de ontwerpbegroting wordt openbaar kennis gegeven. 4.. De raden van de deelnemers kunnen binnen twaalf weken na toezending van de ontwerpbegroting het DB hun zienswijze schriftelijk doen blijken. 5.. Het AB stelt de begroting op voorstel van het DB vast vóór 1 juli en zendt deze voor 15 juli naar de deelnemers en gedeputeerde staten. 6.. Op de wijzigingen van de begroting zijn de voorafgaande bepalingen van dit artikel -met uitzondering van de genoemde data -van overeenkomstige toepassing. 7.. Het AB kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen voorschotnota’s en financiële bijdragen. 8.. De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat het openbaar lichaam te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 9.. Indien aan het AB van het openbaar lichaam blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het AB onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de art. 194 en 195 Gemeentewet. 10.. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede de conclusies die het daaraan verbindt. 11.. De inlichtingen zoals bedoeld in lid 4 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel