**1..** Indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van het voor hem vastgestelde inburgeringstraject, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet kan het college hem een schriftelijke waarschuwing geven zonder oplegging van een bestuurlijke boete.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, ook na de verleende waarschuwing als bedoeld onder a. geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.
**2..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,00 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van het voor hem vastgestelde inburgeringstraject, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet.
**3..** Indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding van artikel 23, eerste lid, van de wet opnieuw schuldig maakt aan een dergelijke overtreding, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste € 500,00.
**4..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen een in artikel 7, eerste lid, van de wet, bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a., van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen of een daarmee ten minste gelijk te stellen examen dat leidt tot vrijstelling van de inburgeringsverplichting, heeft behaald.
**5..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of een daaraan ten minste gelijk te stellen examen dat leidt tot vrijstelling van de inburgeringsverplichting, heeft behaald.
**6..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn, het inburgeringsexamen of een daaraan ten minste gelijk te stellen examen dat leidt tot vrijstelling van de inburgeringsverplichting heeft behaald.
**7..** Het college stemt de hoogte van de boete af op de ernst van de nalatige gedraging, de mate waarin deze nalatige gedraging aan de inburgeringsplichtige kan worden verweten en houdt rekening met de omstandigheden waarin de inburgeringsplichtige verkeert waarvan zijn inkomenspositie onderdeel kan uitmaken.
Hoofdstuk 5
Artikel 8
– Bestuurlijke boete
Onderdeel van Verordening inburgering gemeente Rijswijk 2010