**1..** Tot ombudsman, onderscheidenlijk leden daarvan zijn niet benoembaar:
burgemeester en wethouders;
leden van de raad en leden van commissies waaraan bevoegdheden van een
gemeentelijk bestuursorgaan zijn toegekend;
zij die een openbare betrekking hebben waaraan een vaste beloning of toelage is
verbonden bij het bestuursorgaan ten aanzien waarvan de ombudsman bevoegd is;
bestuurders en personeelsleden van enig publiekrechtelijk samenwerkingsverband
waarin de gemeente deelneemt;
**2..** De ombudsman, onderscheidenlijk de leden vervullen geen betrekkingen en verrichten
geen werkzaamheden waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede
vervulling van de functie op de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid
of van het vertrouwen daarin.