Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Onverenigbare betrekkingen

Onderdeel van Verordening externe klachtbehandeling

1.. Tot ombudsman, onderscheidenlijk leden daarvan zijn niet benoembaar: burgemeester en wethouders; leden van de raad en leden van commissies waaraan bevoegdheden van een gemeentelijk bestuursorgaan zijn toegekend; zij die een openbare betrekking hebben waaraan een vaste beloning of toelage is verbonden bij het bestuursorgaan ten aanzien waarvan de ombudsman bevoegd is; bestuurders en personeelsleden van enig publiekrechtelijk samenwerkingsverband waarin de gemeente deelneemt; 2.. De ombudsman, onderscheidenlijk de leden vervullen geen betrekkingen en verrichten geen werkzaamheden waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van de functie op de handhaving van de onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.

Rechtspraak bij dit artikel