**1..** De raad schorst de ombudsman onderscheidenlijk de leden indien:
zij zich in voorlopige hechtenis bevinden;
zij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens
misdrijf zijn veroordeeld dan wel hun bij zo’n uitspraak een maatregel is opgelegd
die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
zij onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard,
surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld
ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.
**2..** De raad kan de ombudsman onderscheidenlijk de leden schorsen indien tegen hen een
gerechtelijk vooronderzoek wegens misdrijf worde ingesteld of indien er een ander
ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten of omstandigheden die tot ontslag
kunnen leiden.
**3..** De raad kan bij de beslissing waarbij de ombudsman onderscheidenlijk een lid daarvan
geschorst wordt, bepalen dat tijdens de duur van de schorsing geen vergoeding of
slechts een gedeelte daarvan zal worden genoten.
**4..** De raad beëindigt de schorsing zodra de grond hiervoor is vervallen.