Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 2010

1. De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerst volgende kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de jongere is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende inkomensvoorzieningsnorm. 2. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de ingangsdatum daardoor niet voor de datum van de maatregelwaardige gedraging komt te liggen. 3. Tenzij in de verordening anders is bepaald, wordt de maatregel opgelegd voor de duur van een kalendermaand. 4. De duur van de maatregel als bedoeld in het derde lid wordt verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om te volstaan met het geven van een waarschuwing of het besluit af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, eerste lid en tweede lid, onderdeel b. 5. Indien een maatregel wordt opgelegd voor een periode van meer dan drie maanden wordt uiterlijk binnen drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd de maatregel heroverwogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel