Naar hoofdinhoud
Intrekking gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats Het college kan een toegewezen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats intrekken: op verzoek van de aanvrager; bij verhuizing van de aanvrager; bij overlijden van de aanvrager; bij het vervallen van de gehandicaptenparkeerkaart van de aanvrager; bij het niet meer in bezit hebben van een motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig door de aanvrager; bij oneigenlijk gebruik of bij gebruik dat in strijd is met de bepalingen van deze beleidsregel. Een besluit tot intrekking, zoals bedoeld in het voorgaande lid van dit artikel, wordt schriftelijk en met redenen omkleed aan de aanvrager kenbaar gemaakt. Wanneer een toegewezen gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt ingetrokken, wordt het bord E6, zoals bedoeld in bijlage 1 van het RVV 1990, met het onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig van de aanvrager, verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel