Voor aanvang van de verlening van de inkomensvoorziening vraagt het college geen nadere bewijsstukken op tenzij:
tijdens de behandeling van de aanvraag sprake blijkt van een verschil tussen de opgave van de aanvrager en de gegevens zoals die van de aanvrager in de bronbestanden zijn geregistreerd of op basis van andere objectieve gegevens concrete twijfel over de juistheid van de opgave bestaat.
er sprake is van een hernieuwde aanvraag en de aanvrager zich beroept op gewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere aanvraag.
de voorgaande bijstandsperiode is beëindigd als gevolg van een onderzoek naar de rechtmatigheid ervan en de nieuwe aanvraag binnen een jaar na beëindiging van de voorgaande bijstands- of uitkeringsperiode is ingediend.
de aanvrager in het bezit is van een woning.
er sprake is van een aanvraag in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen.
Hoofdstuk
Artikel 2.1.
Gegevensuitvraag
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz van de Gemeente Amsterdam