Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.4.

Giftendrempel

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz van de Gemeente Amsterdam

Het college is van oordeel dat giften als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder m Participatiewet, alsmede besparingskosten, verantwoord zijn zolang deze per kalenderjaar niet hoger zijn dan € 1.800 en dat voor de giften van de ontvanger geen tegenprestatie wordt gevraagd of is verleend. Wanneer de giften in een kalenderjaar tezamen hoger zijn dan € 1.800 kan het college op basis van individuele omstandigheden van de persoon of diens gezin, besluiten het meerdere vrij te laten voor de beoordeling van het recht op inkomensvoorziening of de hoogte daarvan. Het is aan het college te onderbouwen wanneer het college oordeelt dat de hogere giften verantwoord zijn vanuit het oogpunt van bijstandsverlening. Wanneer achteraf blijkt dat belanghebbende in een kalenderjaar in totaal meer dan € 1.800 aan giften heeft ontvangen, het meerdere daarvan niet verantwoord is vanuit het oogpunt van bijstandsverlening en belanghebbende het overschrijden van de € 1.800 niet uit eigen beweging heeft gemeld, en dit leidt tot een benadelingsbedrag, wordt bij de vaststelling van de hoogte van het benadelingsbedrag de eerste € 1.800 buiten beschouwing gelaten. Giften in de vorm van verstrekkingen van de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank en dergelijke charitatieve instellingen worden niet als middel beschouwd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel