Ingevolge artikel 2 lid 3 van het Bbz 2004 kan een persoon die algemene bijstand ontvangt gedurende ten hoogste 12 maanden gebruik maken van een voorbereidingsperiode. Personen die in verband met het voorbereidingstraject kosten moeten maken, kunnen daarvoor een beroep doen op het voorbereidingskrediet.
De hoogte van het voorbereidingskrediet bedraagt maximaal € 2.000.
Het voorbereidingskrediet heeft in eerste instantie de vorm van een renteloze lening. Start de betrokkene in aansluiting op het voorbereidingstraject een bedrijf, dan wordt de renteloze geldlening omgezet in een rentedragende geldlening zoals nader is bepaald in artikel 29 van het Bbz 2004. Daarbij wordt voor de hoogte van het rentepercentage van het voorbereidingskrediet aangesloten bij artikel 15 van het Bbz 2004.
Het College kan het voorbereidingskrediet ook toekennen aan klanten met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) onder toepassing van dezelfde voorwaarden als bedoeld in de aanhef, lid 1 en 2 van dit artikel.
Hoofdstuk
Artikel 5.4.
Voorbereidingskrediet
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz van de Gemeente Amsterdam