Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 17.

Overige voorzieningen

Onderdeel van Verordening re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2024

1.. Het college kan een vervoersvoorziening, of ambtshalve, toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaatsing of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. Het college bepaalt de meest geëigende geschikte voorziening. 2.. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3.. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor personenvervoer of een andere vorm van vervoer. 4.. Het college een vervoers- of reiskostenvergoeding van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening 5.. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie, als dit nodig is voor de persoon om te werken. 6.. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 7.. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. 8.. Ten aanzien van de onder het eerste tot en met het zevende lid te verstrekken voorzieningen geldt; er is naar het oordeel van het college geen sprake van een voorziening die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd of die algemeen gebruikelijk is in een organisatie; de persoon heeft de voorziening alleen nodig voor werk of opleiding en kan de betreffende voorziening niet op grond van een andere wet aanvragen; wanneer de voorzieningen in de vorm van vergoedingen worden verstrekt, hanteert het college het goedkoopst mogelijke tarief. 9.. De voorzieningen als bedoeld in het eerste tot en met zevende lid worden, onverminderd het bepaalde in artikel 4, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 4

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel