Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 6.

Proefplaatsing

Onderdeel van Verordening re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2024

1.. Het college kan personen die behoren onder de doelgroep, een proefplaatsing aanbieden met behoud van uitkering als deze voorafgaat aan een regulier dienstverband. 2.. Het doel van de proefplaatsing is de persoon werkervaring op te laten doen in zijn/haar toekomstige functie om daarmee uitval na het dienstverband te voorkomen. 3.. Deze proefplaatsing duurt in beginsel twee maanden met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden op grond van bijzondere omstandigheden. 4.. Het college verleent uitsluitend toestemming voor een proefplaatsing als: De persoon, gelet op diens vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; Het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; De werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; De werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat bij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 5.. Het college weigert de toestemming bedoeld in het eerste lid als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk [of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet] 6.. In een schriftelijke overeenkomst wordt ten minste vastgelegd wat het doel is van de proefplaatsing en hoe de begeleiding plaatsvindt. 7.. De periode van twee maanden is in het individuele geval op basis van maatwerk te verlengen met maximaal vier maanden. Een verzoek hiertoe wordt ingediend met een onderbouwing waarom de verlenging noodzakelijk is. 8.. Als de werkzaamheden op de proefplaatsing wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het tweede lid, buiten beschouwing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel