Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de individuele bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt voor de toeslagenjaren 2022, 2023 en 2024 als volgt bepaald: voor het toeslagenjaar 2022: het bedrag aan zorg- en/of huurtoeslag wat de Dienst Toeslagen van het gezin terugvordert of verrekent ten gevolge van deze problematiek. voor de toeslagenjaren 2023 en 2024: het verschil tussen het bedrag aan huur- en zorgtoeslag waarop een gezin met uitsluitend algemene periodieke bijstand in een toeslagenjaar recht heeft uitgaande van de huurlasten op 1 juli 2023 en 1 juli 2024, en het bedrag aan huur- en zorgtoeslag waarop het gezin volgens de beschikking van de Dienst Toeslagen recht heeft. 2.. De bijzondere bijstand waarop recht bestaat over 2022, 2023 en/of 2024 wordt als één bedrag beoordeeld, toegekend en uitgekeerd, ook als dit meerdere jaren betreft. 3.. In geval er sprake is van een situatie waarbij het fiscaal partnerschap in de loop van het toeslagenjaar is verbroken, dan wordt de bijzondere bijstand waarop beiden in dat betreffende toeslagenjaar gezamenlijk recht hebben, voor 50% uitbetaald aan ieder van hen. Als de (ex)partner overleden is na afloop van het kalenderjaar, krijgt de aanvrager 100% uitgekeerd. 4.. De bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek wordt om niet (als gift) verstrekt. 5.. Een tegemoetkoming in het kader van de alleenverdienersproblematiek merken we niet aan als middel in het kader van de Participatiewet. 6.. Een besluit tot toekenning van de bijzondere bijstand wordt niet ten nadele van het huishouden herzien.

Rechtspraak bij dit artikel