Artikel 11 van de wet regelt dat als een belastingaanslag niet binnen de daartoe gestelde termijnen wordt betaald, de ontvanger overgaat tot vervolging van de belastingschuldige door de verzending van een aanmaning.
In aansluiting op artikel 11 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
de geadresseerde van de aanmaning;
als de aanmaning ten onrechte is verzonden;
het achterwege laten van tussentijdse vervolging;
de gedeeltelijke voldoening na aanmaning;
de betalingsherinnering;
de aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg.
11.1.De geadresseerde van de aanmaning
De ontvanger zendt de aanmaning aan degene aan wie het aanslagbiljet is verzonden of uitgereikt.
Als naderhand blijkt dat de ontvanger de vervolging voort moet zetten voor een belastingschuldige die minderjarig is of onder curatele staat, dan zendt de ontvanger alsnog een aanmaning naar het adres van de wettelijke vertegenwoordiger.
Als de belastingschuldige is overleden, dan zendt de ontvanger de aanmaning naar de gezamenlijke erfgenamen. Als de ontvanger weet dat de nalatenschap al is verdeeld, dan zendt hij een aanmaning aan iedere erfgenaam afzonderlijk.
11.2.Aanmaning ten onrechte verzonden
Als een belanghebbende zich tot de ontvanger wendt met de mededeling dat hem ten onrechte een aanmaning is toegezonden, dan wordt de vervolging niet voortgezet voordat dit is opgehelderd.
Als de ontvanger concrete aanwijzingen heeft dat moet worden gevreesd voor de verhaalbaarheid van de belastingaanslagen, of dat de mededeling is gedaan om de invordering te traineren, dan kan hij maatregelen nemen die de rechten van de gemeente veilig stellen.
11.3.Achterwege laten van tussentijdse vervolging en aanmaning
Vervolging - niet zijnde de eindvervolging - blijft in het algemeen achterwege.
11.4.Gedeeltelijke voldoening aan de aanmaning
Als na de verzending van een aanmaning een gedeelte van het achterstallige bedrag wordt voldaan, dan wordt de uitvaardiging van een dwangbevel voor het restant niet door een nieuwe aanmaning voorafgegaan.
11.5.Betalingsherinnering
Voor alle vorderingen geldt dat binnen één maand na de vervaldatum van de aanslag of factuur, een kosteloze HERINNERING wordt verzonden. Wanneer hierop niet binnen één maand is gereageerd, volgt een aanmaning voor de publiekrechtelijke vorderingen en een tweede herinnering voor privaatrechtelijke vorderingen. Als hierop ook niet wordt gereageerd, wordt er indien mogelijk, met uitzondering van de publiekrechtelijke vorderingen, OZB en Forensenbelasting (teveel in aantal), telefonisch of per e-mail (indien bekend), verzocht de aanslag of factuur alsnog te betalen. Telefonisch contact blijkt in praktijk een sterk middel te zijn om een nalatige betaler alsnog tot betalen te bewegen.
Als er geen betalingsherinnering wordt verzonden, of als deze niet of niet tijdig tot algehele voldoening van de belastingschuld leidt, verzendt de ontvanger een aanmaning voor de publiekrechtelijke vordering en een zgn WIK (Wet Incasso Kosten)-brief voor de privaatrechtelijke vordering voordat deze in handen wordt gegeven van een incassobureau.
11.6.Aanmaning bij invordering langs civielrechtelijke weg
Als de ontvanger invordert langs civielrechtelijke weg, dan gaat de ontvanger over tot het uitbrengen van een dagvaarding. De dagvaarding hoeft niet vooraf te worden gegaan door een ingebrekestelling. Wel verzendt de ontvanger eerst een aanmaning.
De ontvanger verzendt echter geen aanmaning als reeds conservatoir beslag is gelegd.