**1..** Als uit het gesprek van artikel 18, lid 4 blijkt dat de gevolgen van de terugvordering onnodig nadelig uitpakken voor belanghebbende, dan wordt beoordeeld of er redenen zijn om de terugvordering aan te passen. Hierbij betrek je in ieder geval de volgende omstandigheden:
de rol van belanghebbende bij het ontstaan van de situatie
het doenvermogen van de belanghebbende
de bedoeling van de belanghebbende bij het nakomen van de regels
de rol van onszelf bij het ontstaan van de situatie
eigen fouten
(te) langzame besluitvorming
de gevolgen van een terugvordering voor de situatie van belanghebbende
eventuele schulden of financiële problemen
de betrokkenheid van (proces)regie, gezinswerker of hulpverlening
de invloed op/van jeugdigen of andere betrokkenen
de aanwezigheid van andere voorzieningen zoals re-integratie
(dreigende) uithuiszetting.
**2..** De uitkomst van deze beoordeling wordt afgewogen tegen het algemene belang van de gemeente bij een goede besteding van gemeenschapsgeld door een juiste vaststelling van het recht op een uitkering en terugbetaling van te veel ontvangen uitkering. Het resultaat van de afweging kan zijn dat de uitkering niet (helemaal) wordt teruggevorderd.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 19
Aanpassen van terugvordering
Onderdeel van Beleidsregels over het nakomen van de regels van de Participatiewet 2025 gemeente Heerenveen