Reserves kennen een aantal functies. De volgende functies zijn te onderscheiden:
1. bufferfunctie;
2. inkomensfunctie;
3. financieringsfunctie;
4. bestedingsfunctie;
5. egalisatiefunctie.
Hieronder worden deze functies toegelicht.
Bufferfunctie
De reserves vormen een buffer voor het opvangen van onverwachte tegenvallers. De reserves
kunnen een buffer zijn voor de in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
opgenomen risico’s. Voorbeeld is de algemene reserve waarbij de minimale hoogte is gekoppeld aan de benodigde weerstandsvermogen dat jaarlijks wordt geactualiseerd.
Inkomensfunctie
Een gemeente betaalt geen rente of dividend over het eigen vermogen en bespaarde rente kan op
verschillende manieren worden besteed. Besparingen kunnen afhankelijk van de gemaakte keuzes
daarin incidenteel of structureel worden gebruikt als dekking van de begroting of aan het eigen
vermogen worden toegevoegd. Reserves hebben een inkomensfunctie wanneer de bespaarde rente structureel wordt gebruikt als dekkingsmiddel. Als deze reserves voor een ander doel worden ingezet zal in de meerjarenbegroting een tekort ontstaan.
Financieringsfunctie
Reserves hebben een financieringsfunctie. De aanwezigheid van reserves betekent dat er minder vreemd vermogen nodig is. Er hoeft geen geld van derden te worden aangetrokken.
Bestedingsfunctie
Een bestedingsfunctie houdt een reservering in om te zijner tijd de realisering van bepaalde
activiteiten mogelijk te maken. In de praktijk hebben bestedingsreserves een korte looptijd van één of enkele jaren. En meestal bestemd voor een eenmalige beleidsprioriteit. Bestemmingsreserves worden gevormd voor bepaalde specifieke bestemmingen en hebben een bestedingsfunctie.
Egalisatiefunctie
Ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht kunnen door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen.
Hoofdstuk 3 Specificatie en functies van reserves en voorzieningen
Artikel 3.1
Functie reserves en voorzieningen
Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen 2025 -2030