**1..** Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. Het woord kan door in- of meesprekers niet gevoerd worden:
Over een besluit waartegen een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) bij de rechter openstaat;
Over zaken waar op dat moment een juridische procedure (civiele, bestuursrecht- en/of strafprocedure) tegen loopt;
Over zaken waar de gemeente en/of de gemeenteraad niet over gaat;
Over informatie waar geheimhouding op rust;
Over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
Over een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene Wet Bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
Over hetzelfde onderwerp waarover de inspreker al eerder heeft ingesproken.
**2..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
**3..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
**4..** De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**5..** De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 14.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Enkhuizen 2025