Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Doelgroep

Onderdeel van Beleidsregel compensatie alleenverdieners gemeente Horst aan de Maas

1.. De bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek fase 1 kan worden verstrekt aan een huishouden dat: een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van de wet, eventueel aangevuld met algemene bijstand op grond van artikel 19 van de wet, en; vergeleken met een vergelijkbaar huishouden voor wie algemene bijstand op grond van artikel 19 van de wet de enige bron van inkomsten is, minder toeslag ontvangt op grond van de Wet op de zorgtoeslag en de Wet op de huurtoeslag, vanwege de asynchroniteit van de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting zoals bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de wet ten opzichte van de afbouw van de dubbele algemene heffingskorting als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en; hierdoor in een toeslagenjaar een besteedbaar inkomen geniet dat lager ligt dan het inkomen van een vergelijkbaar huishouden met een volledige bijstandsuitkering. 2.. Tot het huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de datum van aanvraag: niet woonachtig is in de gemeente Horst aan de Maas, of; is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres; 3.. Voor de toepassing van deze regeling wordt aangesloten bij het vermogen zoals dat in het betreffende peiljaar is vastgesteld door de Dienst Toeslagen. 4.. De beleidsregel ‘inkomensondersteuning gemeente Horst aan de Maas 2022’ en de eventuele opvolger(s) van deze beleidsregel zijn voor wat betreft de bepalingen bijzondere bijstand niet van toepassing op aanvragen voor bijzondere bijstand alleenverdienersproblematiek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel