Dove gevels zijn niet wenselijk. Dove gevels vormen daarom een terugvalscenario. Een ontwikkelaar kan een dove gevel alleen toepassen als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Om een positieve impuls te geven aan de totale leefomgevingskwaliteit is als gevolg van een dove gevel een compenserende maatregel nodig. Hier is in de voorwaarden een nadere invulling aan gegeven.
Een verplichte compenserende maatregel is de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel. Studies tonen aan dat personen die een woning met een stille zijde hebben, minder hinder rapporteren dan personen die geen woning met een stille zijde hebben. Bij enkelzijdig georiënteerde woningen is het niet mogelijk om een geluidluwe zijde te creëren. Aan de geluidbelaste zijde kan toch een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat ontstaan door het maken van een geluidluw geveldeel (zoals een loggia).
Ter compensatie wordt als voorwaarde gesteld dat de woning een buitenruimte heeft die groter is dan wat volgens het Bouwbesluit is voorgeschreven.
Voor kleine appartementen geldt op grond van het Bouwbesluit 2012 niet de verplichting om een eigen buitenruimte te realiseren. Echter, op grond van het beleid geldt ook voor deze woningen de eis van een geluidluwe zijde of geveldeel. Als een woning geen geluidluwe zijde heeft dan kan ook bij deze woningen een geluidluw geveldeel gerealiseerd worden met verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Dit betekent dat deze woningen dan alsnog een buitenruimte krijgen ook al is dat op grond van het Bouwbesluit 2012 niet verplicht.
In bijlage 2 zijn voorbeelden weergegeven van dove gevels bij projecten die al zijn gerealiseerd en waar ook ervaring is opgedaan met dove gevels. Het is niet ongebruikelijk om dove gevels toe te passen in hoog geluidbelaste gebieden.
Wet geluidhinder
In een dove gevel in de zin van de Wet geluidhinder mogen geen regulier te openen delen zitten. Wel zijn met uitzondering te openen delen (zoals een nooduitgang) toegestaan. Als voorwaarde geldt dat de met uitzondering te openen delen niet grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.
In het bestemmingsplan wordt de toepassing van dove gevels verankerd.
Binnenwaarden worden getoetst op basis van het Bouwbesluit.
Activiteitenbesluit/milieuvergunning
Indien een dove gevel wordt toegepast vanwege:
een cumulatieve geluidbelasting door bedrijven van 55 dB(A)1 Bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting wordt alleen gerekend met bedrijven die een geluidbelasting veroorzaken van 51 dB(A) of meer, waarbij bovendien een eventuele straffactor voor muziekgeluid buiten beschouwing blijft.
de waarden voor de maximale geluidniveaus door bedrijven (piekgeluiden)
Is de Wet geluidhinder niet van toepassing. Het betreft dan geluidbelastingen van activiteiten buiten een industrieterrein. Het betreft tevens maximale geluidniveaus, ook bij activiteiten op een industrieterrein. Voor deze geluidbelastingen ontbreken de wettelijke kaders van de Wet geluidhinder en het Bouwbesluit. Dit betekent dat oplossingen voor deze geluidbelastingen op maat worden toegelicht en verankerd.
Juridisch hoeven het geen dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder te zijn. Een aanwijzing als dove gevel in het bestemmingsplan kan achterwege blijven (tenzij uiteraard dezelfde gevel op grond van de wet geluidhinder doof moet zijn, bijv. vanwege wegverkeerslawaai). De gevels blijven daardoor, anders dan dove gevels in de zin van de Wet geluidhinder, geluidgevoelig voor wegverkeerslawaai en andere geluidbronnen in de zin van de Wet geluidhinder. Bovendien kunnen de gevels ook door bouwkundige maatregelen als doof kwalificeren, waardoor te openen delen nog steeds mogelijk zijn. Vandaar de verwijzing naar artikel 5.78y Bkl, waarin deze verruimde mogelijkheden zijn verwerkt.
Tenslotte is het mogelijk om in het vergunningbesluit maatwerk toe te passen, bijvoorbeeld door de noodzakelijke ´doofheid´ te beperken tot bepaalde perioden van het etmaal. Verankering van de oplossingen (inclusief karakteristieke geluidwering van gevels) vindt plaats door middel van vergunningvoorschriften (bestemmingsplanactiviteit) en ook in maatwerkvoorschriften Activiteitenbesluit (of vergunningvoorschriften in een situatie van een vergunningsplicht milieu). Dit laatste omdat in het bestemmingsplan hógere geluidwaarden worden toegestaan dan de normen in het Activiteitenbesluit voor langtijdgemiddelde of maximale geluidniveaus.
Omgevingswet/geluidproductieplafonds
Onder de Omgevingswet wordt het begrip niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen geïntroduceerd. Indien zo’n gevel nodig is in verband met overschrijding van grenswaarden weg- en railverkeer of industrielawaai, dan is artikel 5.78y Bkl van toepassing.
In het omgevingsplan moet de toepassing van artikel 5.78y worden gemotiveerd en wordt vervolgens bepaald dat een dergelijke gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. Binnenwaarden worden getoetst op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving, met een specifieke regeling voor dit type gevels.
Omgevingswet/activiteiten
Voor geluid door activiteiten búiten een industrieterrein gelden (na inwerkintreding van de Omgevingswet) de instructieregels geluid uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor deze geluidbelastingen ontbreken de wettelijke kaders voor industrieterreinen met geluidproductieplafonds. Dit betekent dat oplossingen voor deze geluidbelastingen op maat worden toegelicht en verankerd.
Het betreft tevens maximale geluidniveaus, ook als het om activiteiten óp een industrieterrein, voor zover het omgevingsplan daaraan geluidwaarden stelt (dat volgt namelijk niet uit de toepassing van de instructieregels uit het Bkl: die gelden niet voor activiteiten op een industrieterrein, de Bruidsschatregels bevatten deze geluidwaarden nog wel)).
Indien een ‘dove gevel’in de zin van deze beleidsregels wordt toegepast vanwege:
een cumulatieve geluidbelasting door bedrijven van 55 dB(A)2 Bij het bepalen van de cumulatieve geluidbelasting wordt alleen gerekend met bedrijven die een geluidbelasting veroorzaken van 51 dB(A) of meer, waarbij bovendien een eventuele straffactor voor muziekgeluid buiten beschouwing blijft.
de waarden voor de maximale geluidniveaus door bedrijven (piekgeluiden)
Is artikel 5.78y Bkl niet formeel van toepassing.
Een aanwijzing als niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen in het omgevingsplan kan achterwege blijven (tenzij uiteraard op dezelfde gevel wettelijke grenswaarden worden overschreden, bijv. vanwege wegverkeerslawaai).
De gevels blijven daardoor, anders dan niet-geluidgevoelige gevels in de zin van artikel 5.78y Bkl, geluidgevoelig voor wegverkeerslawaai en andere geluidbronnen in de zin van hoofdstuk 3 van het Bkl.
Verankering van de oplossingen vindt plaats door middel van vergunningvoorschriften voor een omgevingsplanactiviteit en zonodig maatwerkvoorschriften op grond van het omgevingsplan. Dit laatste omdat op de gevels hógere geluidwaarden worden toegestaan dan de standaardwaarden in het omgevingsplan voor langtijdgemiddelde of maximale geluidniveaus.
In bijlage 2 is achtergrondinformatie opgenomen over dit thema met een doorkijk naar de Omgevingswet.