Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.1

PROCEDURE BOMEN IN RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN

Onderdeel van Bomenbeleid Land van Cuijk 2025

Wanneer vergunningsplichtige ruimtelijke initiatieven worden gestart, moeten ten aanzien van bomen de volgende stappen worden doorlopen (zie ook paragraaf 6.2): Vooronderzoek naar aanwezige bomen. Boominventarisatie en opname kenmerken (denk aan beleidscategorie, boomwaarde, kwaliteitsbeoordeling en randvoorwaarden en behoeftes zijn voor duurzaam behoud). Dit is een BEA Nulmeting. Als het eerste ontwerp van het initiatief gereed is, kan middels een BEA Projectinvloed worden onderzocht of de ontwikkeling mogelijk negatieve invloed heeft op de bomen en hoe dat voorkomen kan worden. Enkel onderzoek rapportages die zijn opgesteld door een boom technisch deskundige (minimaal BVC- of DIB gecertificeerd) en een inhoudelijk deskundige ten aanzien van de werkzaamheden, worden geaccepteerd als onderbouwing voor het motiveren van een omgevingsvergunning. Bij een beschermd dorps- of stadsgezicht moet een omgevingsvergunning ook worden getoetst aan de regels en voorschriften van dat dorps-/stadsgezicht (regels erfgoed). Als het een Rijksmonument is, wordt de vergunningaanvraag deels ook behandeld buiten de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel