Het college verwacht dat een huisgenoot gebruikelijke hulp biedt bij kortdurende situaties (maximaal 6 maanden) waarbij uitzicht op herstel van de zelfredzaamheid dusdanig is dat ondersteuning daarna niet meer nodig zal zijn.
Gebruikelijke hulp wordt verwacht bij langdurige situaties in de volgende gevallen:
Planbare verplaatsingen met een incidenteel karakter. Ondersteuning bij normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek arts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes, etc.);
Hulp bij overnemen van alle taken die bij een huishouden behoren zoals de thuisadministratie, het schoonhouden van het huis, etc.;
Het leren omgaan van derden (familie/vrienden/leerkracht etc.) met de beperkingen van de inwoner;
Ouderlijk toezicht op kinderen. De aard en mate hiervan is afhankelijk van de leeftijd van het kind en de draagkracht van ouders.
Wanneer de dreigende overbelasting door andere activiteiten (zoals vrijetijdsbesteding) wordt veroorzaakt, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Vrijetijdsbesteding is geen reden om toch een maatwerkvoorziening toe te kennen als huisgenoten de taken redelijkerwijs kunnen overnemen.
Als de leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door de combinatie van huishouden, werk en de zorg voor een zieke partner/huisgenoot, moet eerst persoonlijke verzorging via de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden aangevraagd. Als dat niet voldoende is, kan gekeken worden naar ondersteuning via de Wmo.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.6
Artikel 4.6.1
Afbakening gebruikelijke - niet gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024