Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1

Artikel 6.1.5

Normenkader Huishoudelijke Hulp 2025

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024

Bij de beoordeling van een aanvraag voor huishoudelijk hulp gaat het college uit van de situatie van een ‘gemiddelde inwoner’. Op basis van onderzoek is een goed beeld gevormd van wat een gemiddelde inwoner nodig heeft aan huiselijke hulp. De normtijden voor huishoudelijke hulp zijn hierop gebaseerd. Dit voorkomt dat er voor elke mogelijke uitzonderingssituatie apart beleid nodig is. De gemiddelde inwonersituatie is als volgt omschreven: Gemiddelde cliëntsituatie: een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen; wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap; er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning kunnen vragen; de cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak; de cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd; er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn; de woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk. Niet iedere inwoner past in deze algemene omschrijving. In dat geval moet het college bepalen welke ondersteuningsbehoefte deze inwoner heeft. Een voorbeeld is de was verzorging voor een huishouden met drie of meer personen. Voor inwoners waarbij de gemiddelde situatie niet geldt, kan het college invloedsfactoren meewegen. Invloedsfactoren kunnen gaan over kenmerken van de inwoner, het huishouden en/of de woning. Deze staan in het normenkader als ‘meer inzet’ of ‘minder inzet’. Daarmee wordt voor iedere inwoner maatwerk gerealiseerd. De aanwezigheid van bepaalde kenmerken leidt niet automatisch tot meer inzet. Steeds moet de vraag beantwoord worden of een kenmerk leidt tot extra vervuiling of vraagt om een extra niveau van schoon, waardoor meer inzet nodig is. De volgende invloedsfactoren kunnen ervoor zorgen dat er meer of minder ondersteuningstijd nodig is. a. Kenmerken inwoner Mogelijkheden inwoner zelf (minder inzet): de fysieke mogelijkheden van de inwoner om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten kan leiden tot vermindering van de ondersteuningstijd. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten, het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Ook speelt hier de trainbaarheid en leerbaarheid van de inwoner mee. Als de inwoner nog duidelijk meer kan doen en ook werkelijk duurzaam doet dan afstoffen, bijvoorbeeld ten aanzien van het sanitair schoonmaken of de keuken of stofzuigen, dan kan zeker nog één of zelfs twee maal extra mindering met 15 minuten plaatsvinden. Dit dient gemotiveerd te worden. Ook bij de was verzorging kan minder inzet aan de orde zijn wanneer de cliënt zelf nog (kleine) (kleding)stukken kan wassen, ophangen en/of opvouwen. Daarom staat hierbij ook een aftrekoptie voor de helft van de omvang (-/- 20 minuten). Beperkingen en belemmeringen van de inwoner (meer inzet) kunnen gevolgen hebben voor de benodigde inzet. De hoeveelheid extra ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Voorbeelden zijn Huntington, ALS, Parkinson, dementie, visuele beperking, revalidatie, bedlegerig, psychische aandoeningen, verslaving/alcoholisme e.d. Dit kan op twee manieren uitwerken: Het kan nodig zijn extra vaak schoon te maken of te wassen, doordat meer vervuiling optreedt. Bijvoorbeeld als gevolg van rolstoelgebruik, ernstige incontinentie, overmatig zweten, (ernstige) tremoren, besmet wasgoed (bijvoorbeeld bij chemokuur of Norovirus); Het kan nodig zijn de woning extra goed schoon te maken. Ter voorkoming van problemen bij de inwoner voortkomend uit bijvoorbeeld allergie, astma, longemfyseem, COPD. Vanwege extra vaak of extra goed moeten schoonmaken is tot 30 minuten meer inzet aan de orde als uitbreiding op het ene bezoek/werkmoment per week van de hulp nodig is. Tot 60 minuten meer inzet is in het algemeen aan de orde als een tweede bezoek/werkmoment per week van de hulp nodig is. Ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers (minder inzet): bovenop of in plaats van de mindere inzet vanwege de mogelijkheden van de inwoner zelf, kan ook nog aftrek plaatsvinden door de hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit mantelzorgers, het netwerk van de inwoner en eventuele vrijwilligers, waardoor minder professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is omdat een deel activiteiten door niet-professionals wordt gedaan. De minder inzet kan 15 minuten zijn, maar kan ook meer dan 15 minuten bedragen. Dit is afhankelijk van de mate van ondersteuning die de client ontvangt. Dit dient gemotiveerd te worden. b. Kenmerken huishouden Samenstelling van het huishouden (meer of minder inzet): het aantal personen en de leeftijd van leden in het huishouden. Als sprake is van meer dan twee personen in het huishouden, dan zijn eigen kracht en gebruikelijke hulp bepalend voor of er minder dan volledige overname of meer dan volledige overname van het huishouden moet worden ingezet. Als sprake is van een huishouden van twee personen, is niet persé extra inzet nodig. Het kan ook betekenen dat er minder ondersteuning nodig is, omdat de partner een deel van de activiteiten uitvoert (gebruikelijke hulp). De aanwezigheid van een kind of kinderen kan leiden tot minder inzet vanwege gebruikelijke hulp of tot extra noodzaak van inzet van ondersteuning. Dit is mede afhankelijk van de leeftijd en leefstijl van de betreffende kinderen en van de bijdrage die het kind levert in de huishouding (leeftijdsafhankelijk). Als er kinderen zijn, zijn er vaak ook meer ruimtes in gebruik. Een kind kan eventueel ook een bijdrage leveren in de vorm van mantelzorg en daarmee de benodigde extra inzet beperken of opheffen. Bij een kind kan ook sprake zijn van bijzonderheden (ziekte of beperking) die maken dat extra inzet van ondersteuning nodig is. In bijlage 2 staat de uitwerking van gebruikelijke hulp bij huishoudelijke ondersteuning. Huisdieren: de aanwezigheid van een of meer huisdieren in het huishouden, kan voor meer vervuiling zorgen en om extra inzet vragen. Het college kent geen aanvullende tijd/inzet huishoudelijke hulp toe voor de aanwezigheid van gewone huisdieren. Dit is in lijn met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2019 (ECLI:NL:CRVB:2019:2585). Verzorging van huisdieren valt onder de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Uitzondering: 15 minuten per week meer inzet als er sprake is van een gecertificeerde hulphond. c. Kenmerken woning (15 minuten per week meer inzet..?) Inrichting van de woning: extra inzet nodig door bijvoorbeeld extra veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties, waarin de inrichting een aanzien¬lijke extra ondersteuning vergt. Ook hierbij kan nader overleg met de inwoner zijn aangewezen over wie wat doet in het huishouden. Bewerkelijkheid van de woning: extra inzet nodig door bouwkundige en externe factoren, bijvoorbeeld de ouderdom van het huis, de staat van onderhoud, de aard van de wand-of vloerafwerking, de aard van de deuren, schuine wanden, hoogte van de plafonds, tocht en stof, eventuele gangetjes en hoekjes. Omvang van de woning: een grote woning kan, maar hoeft niet per sé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Een extra slaapkamer die daadwerkelijk in gebruik is als slaapkamer vergt wel extra tijd. Extra kamer (18 of 5 minuten per week meer inzet..?): Een extra kamer moet ook daadwerkelijk een extra ruimte zijn die wel of niet in gebruik is en om meer inzet vraagt. Een erg grote bijkeuken is misschien meer dan de keuken. Een tweede wc boven die niet in de badkamer zit, hoeft weer niet als extra kamer gezien te worden omdat de inzet daarvoor in de tijd voor de badkamer zit. Is de extra inzet nodig, dan wordt daarvoor 5 minuten extra geïndiceerd behalve als het een in gebruik zijnde slaapkamer betreft. Dit is niet afhankelijk van waarvoor deze extra kamer wordt gebruikt. Van leeg- tot logeerkamer, tot strijkkamer tot computerkamer etc. Is de extra kamer in gebruik als slaapkamer dan meer inzet van 18 minuten per week per extra slaapkamer.

Rechtspraak bij dit artikel