Het college verstrekt een verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding als verhuizen naar een aangepaste woning de goedkoopst compenserende oplossing is voor het woonprobleem van de inwoner die is ontstaan door zijn/haar beperking (zie 6.2.3. primaat van verhuizen). Dit betekent dat de huidige woning niet meer normaal gebruikt kan worden door de inwoner.
De inwoner moet deze vergoeding inzetten voor de verhuizing en/of de herinrichting van de nieuwe woning. Een indicatie voor deze vergoeding wordt toegekend voor een periode van zes maanden. Als het college de reële verwachting heeft dat er binnen deze zes maanden geen geschikte woning vrijkomt, kan het college de periode met zes maanden verlengen.
Als de inwoner binnen de toegekende termijn niet verhuist, doet het college een heronderzoek. Als er in die periode wel geschikte woningen beschikbaar waren binnen de gemeente, maar de inwoner niet is verhuisd, wordt er geen woningaanpassing meer gedaan.
Een verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding wordt niet verstrekt als:
De inwoner met een beperking voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
De inwoner met een beperking zelf besluit te verhuizen uit een woning die op ergonomische gronden geschikt is voor zijn/haar situatie;
De inwoner verhuist naar een Wlz instelling.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.4.1
Verhuis- en herinrichtingskostenvergoeding
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024