Het college kan besluiten een woning bouwkundig aan te passen als de inwoner beperkingen ervaart in het normale gebruik van de woning (zie paragraaf 6.2.1). Een woningaanpassing kan een grote bouwkundige of financiële impact hebben.
Voorwaarden voor vergoeding
Het college vergoed woningaanpassingen waarbij een rechtstreeks oorzakelijk verband is aangetoond tussen de ondervonden (naar objectieve maatstaf aanwezige) problemen, en een of meer bouwkundige of woontechnische kenmerken van de betreffende woning. Wanneer belemmeringen volgen uit de aard van het gebruikte materiaal, dan verstrekt het college geen woonvoorziening (bijvoorbeeld vocht en tocht).
Het uitrustingsniveau van de woningaanpassingen is sober en doelmatig en is gelijk aan het niveau in sociale huurwoningen.
Uitvoering van woningaanpassingen
Als het college kiest voor een bouwkundige woningaanpassing, schakelt het een gecontracteerde aannemer of een gekozen aannemer (uit minimaal 2 offertes) in. Een andere optie is dat het college een persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing verstrekt, waarna de woningeigenaar de aanpassing zelf regelt.
Voor woningaanpassingen van meer dan € 20.000,- rekent het college bepaalde uitgaven tot de kosten. Deze kosten staan in artikel 4 van de Nadere regels.
Eigendom en verwijdering van aanpassingen
Als de inwoner verhuist, hoeft de woningaanpassing niet te worden verwijderd. De woningaanpassing wordt door natrekking eigendom van de woningeigenaar, met uitzondering van een traplift. Een traplift wordt in bruikleen gegeven en wordt verwijderd als deze niet meer wordt gebruikt.
Toestemming van de woningeigenaar
Het college of de inwoner (huurder) mag de woningaanpassing aanbrengen zonder toestemming van de eigenaar van de woning . Wel moet de eigenaar van de woning de mogelijkheid krijgen om betrokken te zijn bij uitvoeringskwesties.
Anti-speculatiebeding
Bij toekenning van de woningaanpassing neemt het college in de beschikking het anti-speculatiebeding op (zoals bedoeld in artikel 5 van de Nadere regels). Dit beding houdt kort gezegd in dat de kosten van de woningaanpassing bij verkoop binnen 10 jaar na gereed melding terug betaald moeten worden. Er is hierbij sprake van een aflopend percentageschema.
Als dit van toepassing is, maakt het college voor het bepalen van een programma van eisen voor een woningaanpassing, gebruik van het Handboek voor Toegankelijkheid.
Losse woonunit
Het college kan een herplaatsbare losse woonunit verstrekken als:
de noodzakelijke bouwkundige woonvoorziening bestaat uit een aanbouw aan of een aanzienlijke verbouwing van een woning, en
die woning het (mede)eigendom is van de belanghebbende inwoner, of
die woning het eigendom is van een verhuurder die niet bereid is de aangepaste woning
blijvend ter beschikking te stellen aan personen met beperkingen.
Voordeel van een losse woonunit is dat deze relatief snel geplaatst kan worden en er in de meeste gevallen geen vergunning voor nodig is. Dit is vooral bij (zeer) progressieve ziektebeelden een voordeel.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.4.3
Woningaanpassing
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024