Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.4

Artikel 6.4.5.2

Bestuurlijke afspraken over hulpmiddelen bij logeren thuis

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2024

Een gemeente hoeft geen hulpmiddelen te verstrekken als iemand in een Wlz-instelling woont. Daarom kan een gemeente bij verhuizing naar een Wlz-instelling alle hulpmiddelen thuis, inclusief een pgb daarvoor, innemen of beëindigen. Maar dit heeft mogelijk onwenselijke gevolgen, zoals iemand met een Wlz-indicatie die problemen kan ondervinden als hij of zij thuis logeert maar geen til- of traplift meer heeft. Daarom hebben brancheorganisaties, de VNG en het Rijk bestuurlijke afspraken gemaakt over het thuis behouden van Wmo-hulpmiddelen. Het college volgt deze afspraken (versie 17 juli 2023) waarin de werkwijze en de verantwoordelijkheid van de verschillende partijen staan. Op hoofdlijnen zijn de afspraken: Dat de cliënt de intentie heeft om minstens 18 dagen per jaar thuis te logeren; Dat het alleen gaat om Wmo-hulpmiddelen die: al aanwezig zijn op het moment van verhuizen; een inwoner niet vanuit de zorginstelling kan meenemen naar huis. De zorginstelling bepaalt wat kan worden meegenomen; Dat mobiliteitshulpmiddelen zoals een rolstoel en aangepaste fiets hier niet onder vallen omdat deze hulpmiddelen niet twee keer worden verstrekt; Dat een traplift hier ook onder valt, ondanks dat dit geen hulpmiddel, maar een woningaanpassing is; Dat het ook gaat om hulpmiddelen die moeten worden onderhouden, gerepareerd of vervangen; Dat als de afspraken niet zorgen voor een specifieke oplossing, de partijen samen naar een passende oplossing zoeken binnen de bedoeling van de afspraken.

Rechtspraak bij dit artikel