Naar hoofdinhoud

Artikel 18.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Oudewater 2025

1.. Het college informeert de jeugdige en zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jeugdwet. 2.. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet doen een jeugdige en/of de wettelijk vertegenwoordiger op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing tot verstrekking van een individuele voorziening of pgb. 3.. Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan het college een beslissing aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: De jeugdige of de wettelijk vertegenwoordiger onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. De jeugdige of de wettelijk vertegenwoordiger niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen. De individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten. De jeugdige of de wettelijk vertegenwoordiger niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb. De jeugdige of de wettelijk vertegenwoordiger de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. De situatie van de jeugdige dusdanig wijzigt dat het recht op een individuele voorziening of het pgb niet kan worden vastgesteld of vervalt. 4.. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan het college van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5.. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel