Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 9.

Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Gemeente Lochem 2025

Naast de in artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigeren het college de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: Gemeentelijk beleid als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de inwoners van gemeente Lochem of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar inwoners; als de activiteiten en prestaties van de aanvrager niet passen binnen het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke beleidsdoelen zoals verwoord in de gemeentelijke begroting of een meerjarenovereenkomst of meerjarenafspraken of een door het college of de raad vastgesteld beleidsplan én het geen aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid betreft of in dat kader onvoldoende prioriteit hebben of er geen gemeentelijk belang met de subsidiering wordt gediend; de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd in onvoldoende mate bijdragen aan de doelen waarvoor subsidiegelden beschikbaar worden gesteld. Kaders/regels/voorwaarden als het gaat om activiteiten die gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke godsdienstige of politieke overtuigingen; als het gaat om activiteiten die gericht zijn op het maken van winst en vermogensvorming, zoals bepaald in artikel 16 en 17 in deze ASV; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; de subsidieverstrekking of de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien in strijd zou zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. De subsidie kan daarnaast geweigerd worden als: met de activiteiten is begonnen voordat de aanvraag is ontvangen; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd en/of het college gegronde reden heeft aan te nemen dat de activiteiten bijvoorbeeld beter op andere wijze of met minder middelen dan voorgesteld kunnen worden uitgevoerd; de financiële continuïteit of de continuïteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager onzeker is; de structuur en de bedrijfsvoering aantoonbare twijfels geven over een goed bestuur, dan wel indien er sprake is van belangenverstrengeling. er gegronde reden bestaat aan te nemen dat de subsidie geheel of gedeeltelijk zal worden aangewend voor andere zaken dan aan de activiteiten waarvoor zij verleend is. is een subsidieontvanger een subsidie van een ander bestuursorgaan ontvangt; Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel