Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Integrale beleidsregels Sociaal Domein Gemeente Schagen

Link met: 3.6 Meedoen aan de samenleving In de beleidsregels onder 3.2 wordt verstaan onder: begeleiding (licht, midden of zwaar): individuele ondersteuning gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie voor kwetsbare inwoners. Het bewerkstelligen van verandering in gedrag en vaardigheden en het begeleiden bij achteruitgang hoort hier ook bij. Het signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving van de cliënt maakt onderdeel uit van dit product. De zwaarte van de begeleiding wordt bepaald door de mate van de beperkingen die de cliënt ervaart en de daar bijhorende complexiteit van de uit te voeren taken. Wanneer mogelijk en passend bij de cliënt kan gebruik worden gemaakt van beeldzorg. Waar mogelijk is de begeleiding erop gericht toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer of in mindere mate nodig is en de cliënt gebruik kan maken van reguliere maatschappelijke voorzieningen ten behoeve van participatie en zelfstandigheid met minder of zonder ondersteuning. De focus ligt hierbij op trainen en coachen. De begeleiding vindt plaats in de dagelijkse leefomgeving. Daar valt een werk(ervarings)plek ook onder. brandveilige stalling: een stalling die voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012; elektrisch dan wel via een hulpmiddel aangedreven verplaatsingshulpmiddel: hieronder kunnen in ieder geval worden geschaard de scootmobiel en de elektrische rolstoel; groepsbegeleiding 1 (licht, midden of zwaar): het geven van een zinvolle daginvulling aan inwoners, die wordt aangeboden in een groep. De groepsbegeleiding kan belevingsgericht zijn en/ of ontwikkelingsgericht. De zwaarte van indicatie voor groepsbegeleiding 1 wordt bepaald door de mate van complexiteit van de uit te voeren activiteiten en/ of aanwezige stoornissen en/ of beperkingen van de inwoner. De activiteiten dragen bij aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de cliënt. Groepsbegeleiding sluit aan op wat iemand (nog) kan leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving. Wanneer mogelijk is de groepsbegeleiding gericht op overdracht richting arbeidsparticipatie. Stabiliseren van de situatie en begeleiding bij achteruitgang hoort ook bij groepsbegeleiding. Het signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale omgeving van de cliënt maakt onderdeel uit van dit product; Groepsbegeleiding 2: dit betreft een arbeidsmatige groepsbegeleiding die bestemd is voor volwassenen, die beperkt maatschappelijk kunnen participeren. Het betreft clienten die (nog) niet aan de eisen van de Participatiewet kunnen voldoen maar daar mogelijk meer tijd en begeleiding voor nodig hebben. kortdurend verblijf: dit verblijf is tijdelijk en bedoeld om de mantelzorger te ontlasten. Het kortdurend verblijf is planbaar. Uitgangspunt is dat de inwoner na verblijf elders weer naar huis gaat. Het kortdurend verblijf omvat bed, bad en brood en welzijn. De duur van het verblijf is 1,2 of 3 etmalen per week, met dien verstande dat in specifieke situaties een langere aaneengesloten periode mogelijk moet zijn. Dit laatste kan voor zover de maximale periode op jaarbasis (52 weken x 3 etmalen) niet wordt overschreden. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de locatie van het verblijf.

Rechtspraak bij dit artikel