Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 6

Vervoersbudget

Onderdeel van (Financieel) Besluit maatschappelijke ondersteuning Schagen 2025

1.. Het vervoersbudget, dat wordt verleend ter compensatie van beperkingen die worden ondervonden bij verplaatsingen in de rond de woonplaats gelegen regio, bedraagt: € 525,00 per jaar in het geval naast deze voorziening aanspraak kan worden gemaakt op een vervoersvoorziening die ertoe strekt de beperkingen die worden ondervonden bij verplaatsingen rond de woning te compenseren; € 700,00 per jaar in het geval naast deze voorziening geen aanspraak kan worden gemaakt op een vervoersvoorziening die ertoe strekt de beperkingen die worden ondervonden bij verplaatsingen rond de woning te compenseren. Het college kan een persoon die verblijft in een instelling op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), een lager vervoersbudget verstrekken, namelijk: € 262,50 per jaar in het geval naast deze voorziening aanspraak kan worden gemaakt op een vervoersvoorziening die ertoe strekt de beperkingen die worden ondervonden bij verplaatsingen rond de woning te compenseren; € 350,00 per jaar in het geval naast deze voorziening geen aanspraak kan worden gemaakt op een vervoersvoorziening die ertoe strekt de beperkingen die worden ondervonden bij verplaatsingen rond de woning te compenseren. 2.. Het vervoersbudget, bedoeld in het eerste lid, wordt eens per kwartaal uitbetaald, nadat de belanghebbende aan wie dit budget is toegekend een schriftelijke verklaring heeft overgelegd over het aantal verreden kilometers en/of het aan het vervoer uitgegeven bedrag. 3.. Tot 1 april van elk kalenderjaar bestaat de mogelijkheid om een verklaring, als bedoeld in het tweede lid, in te dienen over het voorafgaande kalenderjaar. Indien vorenbedoelde verklaring na 1 april wordt ingediend, dan wordt het vervoersbudget, voor zover dat betrekking heeft op verplaatsingen die hebben plaatsgevonden in het voorafgaande kalenderjaar, niet uitbetaald. 4.. Het college verleent op aanvraag aan een persoon die in aanmerking is gebracht voor een vervoersbudget als bedoeld in het eerste lid, eenmalig een voorschot van vier maanden. Dit voorschot wordt verrekend met de laatste uitbetaling van genoemd vervoersbudget.

Rechtspraak bij dit artikel