Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 29

Algemene bepalingen stemmingen/hoofdelijke stemming

Onderdeel van Reglement van orde van de gemeenteraad van de gemeente Wormerland 2025

1.. De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast, dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.. Als stemming wordt verlangd geschiedt dat bij handopsteking, tenzij hoofdelijke stemming wordt verlangd. 3.. Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. In geval van onthouding van stemming wordt het raadslid geacht de zaal te verlaten gedurende de stemming. 4.. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. 5.. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming verloopt conform de volgorde van het tekenboek van de presentielijst. 6.. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich “voor” of “tegen” te verklaren, zonder enige toevoeging. 7.. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, bij hoofdelijke stemming, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij, nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8.. Ingeval van en digitale hoofdelijke stemming wordt het digitaal verslag gevoegd bij het verslag van de raadsvergadering. 9.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit. Toelichting artikel 29 Met betrekking tot het onthouden van stemming was voor de wetswijziging van 1 januari 2023 reeds geregeld in artikel 28 Gemeentewet dat een lid van het gemeenteraad niet mag deelnemen aan de stemming over een aangelegenheid waarbij dit lid een persoonlijk belang heeft. Ter verduidelijking en aanscherping van deze regeling omtrent persoonlijke belangen is aan de genoemde artikelen toegevoegd dat een volksvertegenwoordiger zich voortaan ook moet onthouden van deelname aan de beraadslaging indien hij een persoonlijk belang heeft. Ook tijdens de beraadslaging kan een volksvertegenwoordiger immers de uitkomst van de besluitvorming beïnvloeden. Bovendien wordt de kern van het werk als lid van de volksvertegenwoordiging niet alleen gevormd door de stemming aan het eind, maar (juist) ook door de beraadslagingen die daaraan voorafgaan. Denk bijvoorbeeld aan het woord voeren tijdens de vergadering en het indienen van moties en amendementen. Bij de toepassing van artikel 28 Gemeentewet is het aan een individueel raadslid zelf om te beslissen of hij zich onthoudt van beraadslaging of stemming; de raad heeft zelf geen instrumenten om een individueel raadslid van beraadslaging of stemming uit te sluiten. Om dit te verduidelijken, is artikel 2:4 Awb uitgezonderd. Die bepaling stelt dat een bestuursorgaan zijn taak vervult zonder vooringenomenheid en ervoor moet waken dat personen die deel uit maken van het bestuursorgaan of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en een persoonlijk belang hebben, de besluitvorming beïnvloeden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel