De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden van een kamer worden benoemd voor een termijn van vier jaar en kunnen maximaal één keer voor eenzelfde periode worden herbenoemd.
De voorzitter of een lid van een kamer van de commissie kan conform het bepaalde in artikel 4, vijfde lid van deze verordening tussentijds worden geschorst en ontslagen.
De voorzitter of een lid van een kamer van de commissie treedt af op het moment dat hij niet meer voldoet aan het bepaalde in artikel 4, zesde lid van deze verordening.
De voorzitter en de leden van een kamer kunnen zelf op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
De aftredende of ontslagnemende voorzitter of leden van een kamer van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien, tenzij sprake is van een situatie zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel.
Artikel 6.
Zittingsduur
Onderdeel van Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften De Fryske Marren