Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Het onderzoek

Onderdeel van Verordening Leerlingenvervoer Gouda 2024

1.. Voor de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer, onderzoekt het college altijd of de school de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school is, de afstand en de route tot de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 2.. Voor het bepalen van de vorm, omvang en duur van het leerlingenvervoer onderzoekt het college ook de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 3.. Het college kan voor dit onderzoek met ouders, de leerling en/of met een deskundige in gesprek gaan. 4.. Doel van het gesprek is: de aanvraag goed te kunnen beoordelen; te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor de ouders om te zorgen dat de leerling naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 10 gebracht en gehaald wordt. te onderzoeken wat de vervoersmogelijkheden van de leerling zijn; te onderzoeken welke vervoersvoorziening(en) passend voor de leerling is/zijn; te onderzoeken of, hoe en in welk tempo te verwachten is dat de leerling zelfstandig(er) kan reizen, hoe ouders hierin kunnen ondersteunen en/of wat de gemeente daarin kan bieden; om afspraken te maken over het gebruik van de genoemde mogelijkheden en de inzet van ouders en/of gemeente. 5.. Afspraken over de (te vergroten) zelfstandigheid van de leerling kan worden vastgelegd in een vervoersontwikkelingsplan. Dit plan kan onderdeel uitmaken van het besluit van het college op de aanvraag. 6.. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek opnieuw plaatsvinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel