Zorg en opvang
De zorg en opvang voor slachtoffers is een belangrijk component in een sluitende aanpak mensenhandel. Voor slachtoffers van mensenhandel is het vaak erg moeilijk om hulp te vragen uit angst voor de daders, van wie zij afhankelijk zijn. Wanneer er niets te bieden is aan de slachtoffers in de vorm van veilige opvang, ondersteuning en hulpverlening zullen zij zich niet melden. Ook voor professionals die signalen van mensenhandel of uitbuiting willen doorgeven, is het belangrijk dat zij weten dat er adequaat op gereageerd wordt. Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor passende opvang, ondersteuning en nazorg voor slachtoffers van mensenhandel.
Als er sprake is van een (mogelijk) slachtoffer wordt er contact opgenomen met de zorgcoördinator, zodat deze met zijn expertise op het gebied van mensenhandel kan meedenken over de casus en in de oplossing hiervan eventueel een rol kan spelen. Dit kan uiteraard naast al eerdere lokale ingezette ondersteuning van andere partijen (zoals het jeugdwerk). Voor het slachtoffer is het in ieder geval belangrijk dat deze op vrijwillige basis de mogelijkheid krijgt voor contact met de zorgcoördinator, zodat het slachtoffer de juiste ondersteuning (en erkenning) kan krijgen. Hierbij is er nadrukkelijk aandacht voor de (cognitieve) leeftijd van het slachtoffer en zijn of haar behoeften.
In de praktijk heeft de zorgcoördinator het meeste directe contact met het slachtoffer in de eerste periode na signalering. De zorgcoördinator gaat desgewenst in gesprek met het vermoedelijke slachtoffer over de uitbuiting, veiligheid en de hulpvragen van het slachtoffer. De zorgcoördinator informeert slachtoffers over hun rechten, schakelt juridische hulp in en zet zorg in waar dat nodig is. De zorgcoördinator blijft betrokken tot de zorg goed geregeld is, een slachtoffer veilig is en met ondersteuning verder kan. Dit kan van enkele weken tot enkele maanden zijn.
Er moet maatwerk kunnen worden geboden in de ondersteuning van slachtoffers. Ondersteuning kan niet altijd volgens bestaande protocollen en regels. Daarnaast is het belangrijk om voldoende laagdrempelige hulpverleningstrajecten beschikbaar te hebben, waarbij zo veel mogelijk wordt ingezet op bewezen effectieve interventies. Slachtoffers hebben een grote kans om opnieuw in handen van een mensenhandelaar te vallen. Inzet van hulpverleningstrajecten bij de juiste organisaties is noodzakelijk om herhaald slachtofferschap te voorkomen.
In Drenthe is er een te kort aan het aantal (crisis) opvangplekken voor slachtoffers. Als Drentse gemeenten hebben wij de ambitie om dit aantal uit te breiden.
Afspraken zorgcoördinatie
Naast opvang van een slachtoffer kan er sprake zijn van een verblijfsrechtelijk traject, een strafrechtelijk traject en/of een zorgtraject. De zorgcoördinator coördineert de verschillende trajecten en stemt af met de verschillende betrokken partnerorganisaties.
In de praktijk werkt de zorgcoördinator samen met veel verschillende ketenpartners in de zorg in de regio. Landelijk wordt er samengewerkt met CoMensha en de zorgcoördinatoren in andere regio’s in het land. Ook wanneer er alleen nog sprake is van (kleine) signalen kan de zorgcoördinator adviseren en ondersteunen bij het verhelderen/duiden van deze signalen. Afhankelijk van de situatie gaat een zorgcoördinator alleen of samen met de signalerende partij in gesprek met degene waar zorgen over zijn. Soms vindt er in eerste instantie alleen monitoring plaats op afstand. Wanneer er sprake is van acute onveiligheid zal geadviseerd worden om contact te leggen met politie en informatie te delen. Er kan ook gevraagd worden om een melding te doen bij Veilig Thuis.
Alternatief werk
Tot slot gaan de Drentse gemeenten zich inzetten om te onderzoeken of zij alternatief werk kunnen aanbieden aan slachtoffers van mensenhandel. Bij het doen van aangiften vervallen de inkomsten van de slachtoffers. Immers, zij zijn bereid om uit het circuit te stappen. Slachtoffers hebben deze inkomsten echter nodig. Verlies van inkomsten leidt mogelijk tot minder bereidheid om aangiften te doen.
Bij deze ambitie kan een jobcoach van de gemeente een belangrijke rol spelen. Deze kan contacten leggen met al gescreende en gecontacteerde uitzendbureaus.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.4
Pijler 4: Zorg en opvang voor slachtoffers
Onderdeel van Regionaal Beleidsplan ‘Drenthe tegen mensenhandel’