Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een vergoeding voor buitengewone kosten als bedoeld in artikel 11 en 12 lid 9 van de RooO aan de ontheemde verstrekken. 2.. Onder buitengewone kosten wordt verstaan: Kosten voor reiskosten voor een verblijfsrechtelijke procedure; kosten om acute persoonlijke medische redenen (tenzij de zorgverzekeraar deze kosten bij het CAK kan declareren op grond van de Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden (SOV) of de kosten gedekt worden door de zorgverzekering van betrokkene); kosten voor schoolvervoer van leerplichtige minderjarigen bij meer dan 6 km reisafstand. 3.. Bij het vergoeden van buitengewone kosten wordt rekening gehouden met draagkracht uit inkomen. De draagkracht wordt per gezin bepaald op 10% van het gezamenlijke leefgeld, als bedoeld in artikel 10 en artikel 12 lid 2 en 3 van de RooO, gedurende twaalf maanden. 4.. De draagkracht wordt vooraf voor twaalf maanden vastgesteld. Bij wijzigingen in het inkomen van meer dan 10% per maand kan een verzoek worden ingediend om de draagkracht opnieuw vast te stellen. 5.. Kosten die in andere regelingen niet worden vergoed omdat de kosten niet noodzakelijk zijn, komen op grond van deze beleidsregels ook niet in aanmerking voor een vergoeding. 6.. Aan de ontheemde en zijn gezin kunnen vergoedingen worden verstrekt uit de jeugd- en volwassenenfondsen, stichting Leergeld en ondersteuning door de sport- en cultuurcoaches, op gelijke voet als aan niet-ontheemde inwoners van de gemeente. 7.. Bij de toepassing van het gestelde in het vorige lid wordt, evenals voor niet-ontheemde inwoners, rekening gehouden met de draagkracht van het gezin. Hierbij worden de leden 3 en 4 in acht genomen. Aan een gezin met voldoende eigen draagkracht worden de vergoedingen niet verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel