Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Onaanvaardbaar gedrag van de leerling binnen het vervoer

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Vijfheerenlanden 2025

1.. Het college accepteert onaanvaardbaar gedrag van een leerling richting de chauffeur en/of medeleerlingen niet volgens het gedragsprotocol van Regiotaxi Utrecht. Onder onaanvaardbaar gedrag verstaat het college, agressief gedrag of ander ongewenst gedrag in en rondom het taxivervoer van de leerling die de orde in de taxi verstoort of de veiligheid van de taxi en inzittenden in gevaar brengt. De veiligheid van medeleerlingen, chauffeur en verkeersveiligheid mogen niet in het geding zijn. 2.. Als sprake is van onaanvaarbaar gedrag van een leerling binnen het vervoer, dan worden de volgende stappen gevolgd door de vervoerder en het college: klachten worden in beginsel door de vervoerder opgepakt volgens de klachtenprocedure, zoals opgenomen in het gedragsprotocol van Regiotaxi Utrecht; de vervoerder brengt de ouder(s) mondeling op de hoogte van het gedrag van de leerling en bevestigd via per e-mail aan de ouder(s) wat met elkaar is besproken en afgesproken. De vervoerder stuurt aan de gemeente hiervan een afschrift; als een klacht niet tussen de vervoerder en ouder(s) kan worden opgelost, neemt het college kennis van de informatie van het onaanvaardbaar gedrag van de leerling en bespreekt dit met de ouder(s); als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval is terug te voeren op de lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking van de leerling dan wordt met vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht (bijv. begeleiding in het aangepast vervoer of inzet van eigen vervoer); als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het voorval niet is terug te voeren op de lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psygische beperking van de leerling, wordt het onaanvaardbaar gedrag aan de leerling toegerekend. Het college neemt de beslissing over al dan niet sanctioneren en over de hoogte van de sanctie; als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het onaanvaarbare gedrag kan worden toegerekend aan de ouder(s), dan voert het college hierover een gesprek met de ouder(s) met als doel om tot een oplossing te komen; als bij het incident leerlingen van verschillende gemeenten zijn betrokken, hebben deze gemeenten - voordat een sanctie wordt opgelegd - eerst onderling overleg en afstemming; als het college besluit om een sanctie op te leggen, wordt deze door het college vastgelegd in een beschikking. Afhankelijk van de ernst en herhaling van het incident ontvangen de ouders van het college een beschikking met: een schriftelijke waarschuwing of een tijdelijke uitsluiting van de leerling voor het reizen met aangepast vervoer of een (tijdelijke) uitsluiting van de leerling voor het reizen met aangepast vervoer zonder voorafgaande schrifteijke waarschuwing indien het gedrag van de leerling dermate verontrustend is dat directe uitsluiting van de leerling voor het reizen met aangepast vervoer noodzakelijk is. 3.. In een schriftelijke waarschuwing wordt in elk geval medegedeeld dat: de leerling gedurende het onderzoek niet wordt vervoerd met aangepast vervoer; bij herhaling van onaanvaardbaar gedrag de leerling voor een termijn van maximaal vier weken wordt uitgesloten van aangepast vervoer. 4.. Bij een tijdelijke uitsluiting van de leerling voor het reizen met aangepast vervoer moet sprake zijn van herhaald agressief en/of ongewenst gedrag dat plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief. 5.. Als het college voornemens is om een leerling tijdelijk uit te sluiten van het reizen met aangepast vervoer, vindt er voorafgaand hieraan opnieuw onderzoek plaats zoals onder artikel 2, tweede lid is beschreven. 6.. Als de conclusie van het onderzoek van het college zoals beschreven staat in lid 4 van dit artikel, is dat het agressieve en/of ongewenste gedrag is toe te rekenen aan de leerling, dan vindt een gesprek plaats tussen de ouder(s) van de leerling en het college . Daarna ontvangen de ouder(s) onder verwijzing naar de eerste waarschuwingsbrief een tweede brief waarin in elk geval wordt meegedeeld, dat: vanwege de herhaling van het agressieve en/of ongewenste gedrag de leerling voor een termijn van één dag tot vier weken wordt uitgesloten van enige vorm van aangepast vervoer; als de leerling zich na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan onaanvaardbaar gedrag, de leerling wordt uitgesloten van het aangepaste vervoer met een maximum van twee maanden excl. vakanties; als de leerling zich vervolgens na de schorsing opnieuw schuldig maakt aan onaanvaarbaar gedrag, de leerling wordt uitgesloten voor de rest van het schooljaar.

Rechtspraak bij dit artikel