Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste twee jaren in acht genomen.
Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende kennisgeving aan het dagelijks bestuur van het Werkvoorzieningschap meegedeeld.
Na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt een in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op testellen als ware tot opheffing van de regeling besloten.
Op grond van het in het derde lid opgestelde liquidatieplan besluit het college dat een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan of daadwerkelijk tot uittreding wordt overgegaan. Het college besluit hier niet toe dan nadat het toestemming van zijn raad heeft gekregen als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Wanneer toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, stelt het algemeen bestuur het liquidatieplan vast. De in het liquidatieplan omschreven financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend.
Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor hem omschreven financiële verplichtingen aan het Werkvoorzieningschap te voldoen.
De kosten voor het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.
Hoofdstuk 12.
Artikel 26.
Uittreding
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Werkvoorzieningschap Kampen & Dronten