Het bestuur stelt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting en de algemene financiële en beleidsmatige kaders op.
Het bestuur zendt de ontwerpbegroting en de algemene financiële en beleidsmatige kaders vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan de Raden.
Het bestuur zendt de ontwerpbegroting minimaal 12 weken voordat deze door het bestuur wordt vastgesteld, toe aan de Raden van de Gemeenten. De Raden van de Gemeenten worden in gelegenheid gesteld bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen.
Het bestuur stelt de raden van de Gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze bedoeld in lid 3, en van de conclusies die het daaraan verbindt.
Terstond na vaststelling zendt het bestuur de begroting ter kennisname aan de Raden van de Gemeente, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
Het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel is niet van toepassing op begrotingswijzigingen mits deze begrotingswijzigingen niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage.