Het bestuur zendt vóór 30 april van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, de voorlopige jaarrekening aan de Raden.
Het bestuur voegt bij de voorlopige jaarrekening, voor zover deze op dat moment beschikbaar is, een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant.
Het bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar, waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.
Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling aan de Raden.
In de jaarrekening wordt de door elk van de Gemeenten over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.
De verrekening van het verschil van het op grond van de in de begroting bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage, vindt plaats binnen 30 dagen na vaststelling van de jaarrekening door het bestuur.