Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.1

Het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen

Onderdeel van Beleidsregels Toegangsproces en maatwerkvoorzieningen Wetmaatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlemmermeer 2024

Algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zijn de handelingen die mensen dagelijks in het gewone leven verrichten. Voor de zelfredzaamheid van mensen zijn de volgende algemene dagelijkse levens- verrichtingen van belang: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten en drinken, medicijnen innemen, ontspanning, sociaal contact. Wanneer een ondersteuningsvrager ADL-verrichtingen niet zelf kan doen, is ondersteuning mogelijk op het gebied van: begeleiding; verplaatsen in en om de woning; het normaal gebruik kunnen maken van de woning. Opgemerkt wordt dat de ondersteuningsvrager dan mogelijk aanspraak kan hebben op verpleging en verzorging op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) die voorliggend is. 2.1.1.1Begeleiding Het doel van begeleiding is het bieden van activiteiten gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en participatie die strekken tot voorkoming van opname of verwaarlozing. Zelfredzaamheid in relatie tot begeleiding betreft de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die de ondersteuningsvrager in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. Afhankelijk van de beoogde resultaten van begeleiding, kan de begeleiding individueel of in groepsvorm worden gegeven. Resultaat van begeleiding is dat de ondersteuningsvrager: het vermogen heeft om zelfzorghandelingen uit te voeren of de regie te voeren over de zelfzorg- handelingen; het vermogen heeft tot sociaal functioneren in de dagelijkse leefsituaties, zoals thuis en in relatie met vrienden en familie; het vermogen heeft om zelf in zijn dag structurering te voorzien; zelf besluiten kan nemen en regievoeren. Begeleiding kan zich richten op: Toezicht, aansturing of stimulering van het zelf uitvoeren van taken en activiteiten. De ondersteuning kan gericht zijn op: het ondersteunen bij of het verder uitbouwen of onderhouden van vaardigheden of handelingen het ondersteunen bij of het verder uitbouwen of onderhouden van het aanbrengen van(dag)structuur of het voeren van regie het oefenen met vaardigheden of handelingen Het (deels en/of tijdelijk) overnemen van taken en/of toezicht, het continu bieden van ondersteuning. Dit omdat de cliënt bijvoorbeeld geen of onvoldoende regievermogen heeft. Denk ook aan sturing op problematisch gedrag om dat in goede banen te leiden of een cliënt met oriëntatiestoornissen. Het incidenteel overnemen van toezicht, bijvoorbeeld ter ontlasting van de mantelzorger. Aansturen van gedrag. Voorliggende voorziening De taak van de gemeente betreft inwoners die wel in staat zijn zelf op te staan, zichzelf te wassen en aan te kleden maar de regie en structuur missen om dit regelmatig en op de juiste momenten te doen. Daarvoor is het nodig dat ze worden aangespoord en begeleid. Indien de persoonlijke verzorging samenhangt met geneeskundige zorg, valt persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Voor personen tot 18 jaar valt persoonlijke verzorging onder de Jeugdwet. Alvorens begeleiding in te zetten, is het van belang dat wordt onderzocht wat de mogelijkheden van behandeling zijn. De stelregel hierbij is dat als verbetering van functioneren of handelen nog mogelijk is, eerst behandeling wordt ingezet. Behandeling is gericht op het verbeteren van de aandoening/stoor- nis/beperking, het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag of nadere functionele diagnostiek. Begeleiding kan wel worden ingezet om tijdens de behandeling geleerde vaardigheden te oefenen of verder uit te bouwen. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Wanneer mensen een beperking hebben wordt bij activiteiten van het dagelijks leven en vrijetijdsbesteding vaak gedacht aan begeleiding. Er zijn veel algemeen beschikbare en redelijke oplossingen voor- handen. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen: activiteiten zoals computerles of taalles; alarmering; pictogrammenbord of domotica in huis; gezelschap of ondersteuning door vrijwilliger; kinderopvang. Kinderopvang is ook voor kinderen met een beperking voorliggend; het leren omgaan met een kind met een beperking is gebruikelijke hulp van ouders. 2.1.1.2Verplaatsen in en om de woning Om de algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te kunnen voeren, moet iemand zich in huis kunnen verplaatsen en de verschillende vertrekken kunnen bereiken om daar te doen wat nodig is, dat wil zeggen normaal gebruik van de woning te maken. Daarmee worden ook de tuin en het balkon bedoeld. Om zich te kunnen verplaatsen in de woning is het soms noodzakelijk dat er een voorziening wordt in- gezet ter ondersteuning, bijvoorbeeld een (elektrische) rolstoel of een traplift. Algemeen gebruikelijke voorzieningen Accessoires zoals bagagetassen, been- en voetenzakken en afdekhoezen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Indien aangepaste kleding nodig is, bijvoorbeeld voor een zitorthese, kunnen de meer- kosten in aanmerking komen voor vergoeding. Ook een rollator wordt gezien als een algemeen gebruikelijke voorziening. 2.1.1.3Normaal gebruik kunnen maken van de woning Onder normaal gebruik kunnen maken van de woning wordt verstaan: dat men kan eten, slapen, zich kan wassen en naar het toilet kan gaan en dat kinderen kunnen spelen. De daarvoor bestemde ruimtes moeten dus bereikbaar en toegankelijk zijn en aangepast zijn aan iemands beperkingen (bijvoorbeeld een laag aanrecht waar de rolstoel onder past). Ook het bereikbaar maken van gemeenschappelijke ruimtes van woongebouwen en flats vallen binnen dit resultaat. Voor het normaal gebruik kunnen maken van de woning, kan het nodig zijn om de woning aan te passen of uit te bouwen, als andere oplossingen zoals het verhuizen naar een geschikte woning niet goed mogelijk zijn. Dat moet dus onderzocht worden. Een woning wordt alleen aangepast als sprake is van een zelfstandige woonruimte, die geschikt is voor permanente bewoning. Er wordt geen woonvoorziening toegekend indien de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning geen aanleiding bestond en er geen belangrijke reden aanwezig was. Er is alleen sprake van een belangrijke reden die aanleiding vormt voor toewijzing van de woonvoorziening als de ondersteuningsvrager, in het kader van de eigen verantwoordelijkheid, geen in redelijkheid van hem te vergen mogelijkheden heeft om zelf voor een passende oplossing te zorgen. Als belangrijke reden kan worden aangemerkt: Samenwoning; Huwelijk; Het aanvaarden van werk elders. Er wordt tevens geen woonvoorziening verstrekt indien de ondersteuningsvrager de hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld: indien iemand is aangewezen op een rolstoel en een huis koopt waarin veel dure aanpassingen moeten worden aangebracht, had het in de rede gelegen dat de ondersteuningsvrager in een al aangepast huis zou zijn gaan wonen. De eerste vraag is wat de voorkeur verdient: verhuizing of woningaanpassing? Bij het bepalen van deze voorkeur wordt rekening gehouden met de kosten van de verschillende oplossingen. Punten die naast de kosten van de oplossing meegenomen moeten worden in de afweging zijn: Informele zorg: is er sprake van mantelzorg of andere informele zorg in de buurt, die wegvalt bij verhuizen? Sociaal verband: is er sprake van een sociaal verband met de omgeving die bij verhuizen wegvalt, waardoor sociaal isolement dreigt voor de ondersteuningsvrager of andere leden van het huis- houden? Urgentie: is (naar verwachting) niet tijdig een adequate woning beschikbaar, dan kan de verhuis- verplichting niet worden opgelegd. De medisch verantwoorde termijn voor overbrugging in de huidige woning moet blijken uit het advies. Woningaanbod: is er voldoende aanbod aan aangepaste woningen, dan wel kan er een aangepaste woning vrijgemaakt worden? Woonomgeving: is de huidige woning goed gelegen ten opzichte van voorzieningen en openbaar- vervoer en/of goed toegankelijk voor mensen in een rolstoel? Werk: heeft iemand werk aan huis en kan verhuizing een verslechtering van de werksituatie bete- kenen? Financiële situatie: nemen de woonlasten van de ondersteuningsvrager niet onevenredig toe, dan wel blijft een eigenaar niet met een restschuld zitten? Verkoopbaarheid: is de eigen woning naar verwachting wel binnen de gestelde termijn te verkopen, uitgaande van een reële verkoopprijs? Er kunnen nog andere punten zijn die op grond van het algemene afwegingskader in de individuele situatie in ogenschouw genomen moeten worden. Voorwaarden voor een woningaanpassing In sommige situaties kunnen de beperkingen die ondervonden worden in de woning opgelost worden met roerende of losse woonvoorzieningen. Dit zijn voorzieningen die (redelijk) gemakkelijk van de ene naar de andere woning kunnen worden verplaatst. In andere situaties is een bouwkundige woningaanpassing noodzakelijk. Woningen worden alleen bouwkundig aangepast als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De belanghebbende heeft in de woning feitelijk zijn hoofdverblijf. Er zijn twee uitzonderingen: kinderen die in co-ouderschap worden opgevoed: in die situatie kunnen twee woningen aangepast worden; als het gaat om het bezoekbaar maken van de woning voor familieleden die in een instelling verblijven op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). De woning moet in de gemeente Haarlemmermeer staan. De woning moet geschikt zijn voor permanente bewoning. De woning moet aangepast kunnen worden. De woningaanpassing Bij een woningaanpassing wordt er rekening gehouden met de volgende punten: Eerst wordt beoordeeld of een inpandige verbouwing mogelijk is, voordat besloten wordt tot een aanbouw. Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassing wordt aangesloten bij de eisen van het Bouwbesluiten aan wat algemeen gebruikelijk is in de sociale woningbouw. Op basis daarvan wordt de hoogte van de vergoeding bepaald. Er kan voor een hoger kwaliteitsniveau gekozen worden, waarbij de meerkosten door de huurder, verhuurder of eigenaar voor eigen rekening worden genomen. Aanpassingen aan de eisen van de tijd komen voor eigen rekening van de ondersteuningsvrager dan wel de eigenaar van de woning. Bij grotere woningaanpassingen wordt een programma van eisen opgesteld, op basis waarvan meerdere offertes worden opgevraagd, indien niet voor standaardnormen voor woningaanpassingen gekozen wordt. In het Financieel besluit sociaal domein is vastgelegd op basis van welke componenten het budget voor de woningaanpassing wordt berekend. Bij het programma van eisen wordt rekening gehouden met de indicatieve maximum oppervlakten voor de diverse ruimten: 13,5 m2 voor een slaapvertrek, bij rolstoelgebruik 16-18 m2 en bad- & doucheruimte 6,5 m2. Bij het vaststellen van de benodigde ruimte wordt uitgegaan van de ver- schillende maatvoeringen zoals aangegeven in het Handboek voor Toegankelijkheid; zoals de minimale vrije doorgangsruimte, draaicirkels en haakse bochten. De aard van de beperking of bestaande indeling van een woonruimte (zoals positie van ramen en deuren) kunnen uitzonderingen mogelijk maken. Er wordt rekening gehouden met belangen van mantelzorgers bij het bedienen van hulpmiddelen, zoals tilliften en andere hulpmiddelen die door de mantelzorgers bediend moeten worden. Mantelzorgwoning Als er sprake is van een mantelzorgwoning gaat het college daarbij uit van de eigen verantwoordelijkheid van het hebben van een woning. Dit kan door zelf een woning te bouwen of te huren die op het terrein nabij de woning van de mantelzorgers kan worden geplaatst. Uitgangspunt daarbij is dat de uitgaven die de ondersteuningsvrager had voor de situatie van de mantelzorg in de mantelzorgwoning, aan het wonen in deze woning besteed kunnen worden. Daarbij kan gedacht worden aan huur, kosten nutsvoorzieningen, verzekeringen, etc. met deze middelen zou een mantelzorgwoning gehuurd kunnen worden. Ook zouden deze middelen besteed kunnen worden aan een lening of hypotheek om de mantelzorgwoning van te betalen. Voorliggende voorzieningen Herinrichting woning Van de ondersteuningsvrager kan worden gevraagd dat de woning zodanig wordt ingericht of heringericht dat wordt voorkomen dat een woningaanpassing moet worden verleend (vergelijk CRVB:2011:BQ8290). Algemeen gebruikelijke voorzieningen Het weigeren van een woonvoorziening omdat de verhuizing in verband met de overgang naar een volgende levensfase als algemeen gebruikelijk bestempeld wordt, is een uitsluitingsgrond die niet in de Wmo genoemd wordt. Dit leidt tot een generieke uitsluiting van de compensatieplicht die zo niet door de wetgever bedoeld is. In individuele situaties kan het echter wel het geval zijn dat een verhuizing algemeen gebruikelijk is. Indien een verhuizing in de lijn der verwachting ligt en niet alleen noodzakelijk is in verband met beperkingen kan gesteld worden dat er geen sprake is van een onvoorziene en onverwachte verhuizing. Bij- voorbeeld iemand die zich inschrijft bij Woningnet in verband met gezinsuitbreiding en die een maat- werkvoorziening aanvraagt voor verhuizing in verband met beperkingen. Van de ondersteuningsvrager kan worden verwacht dat hij zich, evenals mensen zonder beperkingen, kan voorbereiden op een gebeurtenis als een verhuizing. Algemeen gebruikelijke voorzieningen op het gebied van het normaal gebruik kunnen maken van de woning zijn, in ieder geval: Hendelmengkraan. Thermostatische kraan. Keramische- of inductiekookplaat. Verhoogd toilet. Tweede toilet / sanibroyeur. Wandbeugels. (Verwijderen) van drempels Anti-slipvloer/coating. Zonwering. Ophogen tuin/bestrating bij verzakking.

Rechtspraak bij dit artikel