Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer wil zeggen dat iemand, ondanks zijn beperkingen, in redelijke mate mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Ook het ontlasten van mantelzorgers is aandachtspunt. Wanneer een ondersteuningsvrager niet (volledig) zelfstandig kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer, is ondersteuning mogelijk op het gebied van dagbesteding, kortdurend verblijf, deelname aan maatschappelijke activiteiten en vervoer.
2.1.3.1Dagbesteding
Dagbesteding is erop gericht om een dagstructuur aan te brengen en om activiteiten te bieden die niet alleen gezellig zijn, maar ook zinvol en waarbij de ondersteuningsaanvrager actief wordt betrokken. Hieronder wordt niet verstaan een reguliere dagstructurering zoals die in de woonsituatie wordt geboden. Het is ook nadrukkelijk anders dan welzijnsactiviteiten, ook al bevatten welzijnsactiviteiten wel elementen die ook in dagbesteding voorkomen. Voor veel inwoners zal deelname aan activiteiten in bijvoorbeeld buurthuis of inloopvoorziening voldoende zijn om structuur te bieden aan de dag en medemensen te ontmoeten. Alleen voor inwoners die door hun beperkingen een dergelijke dagstructurering, gericht op het verbeteren of behouden van capaciteiten en/of reguleren van gedragsproblemen nodig hebben is dagbesteding nodig.
Doel van dagbesteding is:
Bieden van structuur in dag en week. Hiermee kan achteruitgang van functies en zelfverzorging worden voorkomen. Soms is verbetering van de situatie mogelijk.
Bieden van sociale contacten en bezigheden.
Ondersteuningsvragers onder de pensioengerechtigde leeftijd zoveel mogelijk in een situatie brengen die te vergelijken is met de werkomgeving van niet-beperkte mensen.
Voorliggende voorzieningen
Op grond van de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar vermogen (WIA), Wajong en de Participatiewet zijn er mogelijkheden voor aangepast werk.
Vervoer van en naar dagbesteding
Als de ondersteuningsvrager medisch of psychisch niet in staat is om zichzelf te vervoeren, dan bestaat de mogelijkheid voor vervoer van en naar de dagbesteding. Bij een indicatie voor zorg in natura is voor de dagbesteding is de instelling verantwoordelijk voor het vervoer. Indien de ondersteuningsvrager niet zelfstandig kan reizen naar de dagbesteding, maar kan hij of zij wel met behulp van het netwerk hier komen, dan is een vervoersvergoeding mogelijk. Dit is het geval wanneer de zorgaanbieder van de dagbesteding het vervoer niet kan regelen of bij een persoonsgebonden budget. De vorm en de hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de afstand en soort vervoer (eigen vervoer of openbaar vervoer). De afstand is gebaseerd op de dichtstbijzijnde geschikte instelling. Indien er geen medische noodzakelijkheid bestaat voor vervoer wordt géén vervoersindicatie afgegeven. De ondersteuningsvrager wordt geacht op eigen gelegenheid naar de dagbesteding te komen.
2.1.3.2Kortdurend verblijf
Kortdurend verblijf is een vorm van respijtzorg die kan worden ingezet om de thuissituatie/mantelzorger tijdelijk te ontlasten. Kortdurend verblijf kan worden omschreven als het logeren in een instelling, gecombineerd met persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding. Hierdoor wordt de mantelzorger ontlast, zodat deze de zorg langer kan volhouden en de cliënt langer thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die toezicht nodig hebben. Kortdurend verblijf is voor maximaal drie etmalen per week gedurende de looptijd van de beschikking. Drie etmalen per week is de standaard regel. Bij uitzonderingen; het betreft drie etmalen gemiddeld per week over de looptijd van de beschikking (zo is er ook ruimte voor maatwerk).
2.1.3.3Deelname aan maatschappelijke activiteiten
Onderdeel van het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer is het kunnen meedoen aan diverse maatschappelijke activiteiten, zoals sportieve of culturele activiteiten. Deze activiteiten stellen mensen in staat anderen te ontmoeten en sociale relaties aan te gaan. In sommige situaties is het niet mogelijk om aan (sport)activiteiten of culturele activiteiten mee te doen zonder een specifieke voorziening. Denk bijvoorbeeld aan de verstrekking van een sportrolstoel, een aanpassing aan een muziekinstrument of het zoeken van een vrijwillig maatje die kan meegaan naar een activiteit met een nog te hoge drempel. Bij de beoordeling van de noodzaak hiervan, wordt rekening gehouden met het feit of het een nieuwe of reeds bestaande activiteit is. Daarnaast wordt bekeken of er andere mogelijkheden zijn voor deelname aan maatschappelijke activiteiten, die zonder de voorziening mogelijk zijn.
2.1.3.4Sociaal vervoer
Soms moeten er in verband met beperkte fysieke mobiliteit of het geheel ontbreken van zelfstandige mobiliteit door verstandelijke of cognitieve beperkingen ook extra vervoersvragen beantwoord worden. Het gaat erom dat inwoners de deur uit kunnen voor de dagelijkse activiteiten op de korte en wat lan- gere afstand binnen de eigen regio. Denk aan familiebezoeken, de huisarts bezoeken, etc. Hierbij wordt rekening gehouden met de straal van 25 kilometer. Vervoer over een grotere afstand wordt geregeld via Valys. Het verdient altijd de voorkeur om te onderzoeken, of en zo ja hoe zelfstandige mobiliteit vergroot zou kunnen worden, bijvoorbeeld via gebruik van ‘apps’ in het openbaar vervoer of – al dan niet tijdelijke- begeleiding van een vrijwilliger in het verkennen van de route.
Primaat collectief vervoer
Als er een maatwerkvoorziening nodig is in verband met vervoersvragen, dan heeft het collectief vervoer (RegioRijder) voorrang boven andere verstrekkingen, zoals een autoaanpassing of een persoonsgebonden budget voor het gebruik van de eigen auto of een taxi. In uitzonderingssituaties kan daar voor gekozen worden, als iemand om medische redenen niet van het collectief vervoer gebruik kan maken.
Aantal te reizen kilometers:
geïndiceerden kunnen standaard 1500 kilometer met het collectief vervoer reizen;
nagegaan wordt of dit aantal kilometers toereikend is voor de ondersteuningsvrager. Indien de ondersteuningvrager een actief sociaal leven heeft en/of vaak een familielid bezoekt in een instelling, kan een hoger maximum worden afgesproken. Daaraan is geen bovengrens verbonden;
ophoging van het aantal kilometers in verband met vrijwilligerswerk vindt alleen plaats als de vrijwilligersorganisatie niet in staat is de kosten te vergoeden, dan wel de kosten de verstrekte vergoeding overstijgen.
Overige vervoersvoorzieningen
Collectief vervoer is een voorziening die met name geschikt is voor de middellange afstanden. Voor de vervoersbehoefte voor de korte afstanden (1-5 kilometer) kunnen ook andere voorzieningen verstrekt worden, zoals bijvoorbeeld een scootmobiel. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt wanneer deze noodzakelijk is op het gebied van zelfredzaamheid en participatie.
Verstrekkingsvorm
Hulpmiddelen worden geleverd door hulpmiddelenleverancier. De contractuele afspraken met de hulpmiddelenleverancier zijn richtinggevend.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Accessoires als bagagetassen, been- en voetenzakken en afdekhoezen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Indien aangepaste kleding nodig is bijvoorbeeld voor een zitorthese kunnen de meerkosten in aanmerking komen voor vergoeding.
Driewielfiets voor kinderen tot 4 jaar.
Tandem (met uitzondering van een ouder-kind tandem).
Fiets met lage instap.
Elektrische fiets (al dan niet met lage instap) voor een persoon van 16 jaar en ouder.
Bakfiets/fietskar/aanhangfiets voor jonge gezinnen.
Personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn.
Autoaccessoires: airconditioning, stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, trekhaak.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.3
Het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer
Onderdeel van Beleidsregels Toegangsproces en maatwerkvoorzieningen Wetmaatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlemmermeer 2024