Naar hoofdinhoud
Artikel 4.6.1 Het bestuursorgaan/de rechtspersoon met een overheidstaak kan negatief besluiten op de aanvraag voor een beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht of het aangaan van een vastgoedtransactie indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau blijkt, dat er sprake is van ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet. Daarbij zal in geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, de geconstateerde ernstige mate van gevaar dienen als versterking van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2013. Artikel 4.6.2 Het bestuursorgaan kan besluiten om een beschikking onder extra voorwaarden te verlenen of extra voorwaarden te verbinden aan een transactie of overheidsopdracht, in het geval uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau blijkt, dat er sprake is van zowel een ernstige mate als een mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet. Deze voorwaarden dienen Bibob gerelateerd te zijn en tot doel hebben het vastgestelde gevaar weg te nemen. Artikel 4.6.3 Indien het bestuursorgaan/de rechtspersoon met een overheidstaak voornemens is negatief te beschikken op de aanvraag op de beschikking dan wel inschrijving op een overheidsopdracht op grond van de Wet, of het aangaan van een vastgoedtransactie wordt betrokkene en de genoemde ‘derde(n)’ in de gelegenheid gesteld daartegen zienswijze in te brengen. Artikel 4.6.4 Een door het bestuursorgaan op grond van de Wet genomen beschikking is vatbaar voor beroep en bezwaar. Artikel 4.6.5 Het bestuursorgaan of de rechtspersoon met een overheidstaak, die een advies van het Bureau als bedoeld in de Wet ontvangt, kan dit advies gedurende vijf jaar gebruiken in verband met een andere beslissing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel