Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Norm 1: Bij het ontwerp en de inrichting wordt ingezet op drinkwaterbesparing en regenwaterbenutting.
Motivatie: Beperking van watergebruik en regenwaterbenutting draagt bij aan het behoud van waterbronnen, wat essentieel is in tijden van droogte of in gebieden met waterschaarste.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
Drinkwaterbesparingsmaatregelen toevoegen zoals grijswater tanks.
Norm 2: Bij nieuwbouwontwikkeling wordt al het hemelwater van particuliere percelen in het particuliere gebied zelf geborgen
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen:
Het regenwater wordt deels opgevangen en hergebruik door toepassing van regentonnen of bassins;
De constructie van gebouwen is overal draagkrachtig genoeg voor een combinatie van groen dak (of water dak) én PV-panelen of PVT-panelen. Dit zorgt voor voldoende bovengrondse berging voor hemelwater;
Instroomopeningen van gebouwen en vitale installaties worden minimaal 1m voor wegen en 1.3 voor woningen boven de 90mm in een uur voorkomende waterstand gesitueerd;
Gebouwen worden niet aangesloten op een hemelwaterriool en laten het hemelwater infiltreren in de bodem.
In veel kernen is de grondwaterspiegel al hoog waardoor dit in bestaande bebouwing niet gewenst is. Water gaat een weg zoeken en komt meestal in kruipruimten. Regenwaterriolen zijn nodig, wellicht in combinatie met infiltreren (dus IT riolen)
Norm 3: Hittestress wordt voorkomen en de vitale en kwetsbare functies (1) blijven altijd door functioneren bij extreme hitte
Motivatie: hittestress kan gezondheidsproblemen veroorzaken die optreden als mensen niet afkoelen. Ouderen en jonge kinderen zijn in het bijzonder kwetsbaar bij hoge temperaturen. Voor het welzijn van de inwoners heeft het een positief effect als hittestress zoveel mogelijk voorkomen wordt. Maak hier ook onderscheid tussen leefomgeving en bedrijventerreinen.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen:
Groendaken;
Warmte werend inrichten kan bijvoorbeeld door: kleur van het materiaal (zo min mogelijk donkere materialen), het wit maken van bitumen/EPDM daken (bij voorkeur uiteraard groene daken), warmte werende coating aanbrengen, voldoende groen naast verharding zodat de warmte weg kan;
Zonwering aan gebouwen met natuurlijke ventilatie;
Scholen en andere publieke gebouwen zoveel mogelijk voorzien van adequate (en CO2 neutrale) koeling.
Warmtepomp kan koelen en verwarme
Elektriciteit
Telecom (publiek en hulpdiensten)
Drinkwater
Afvalwater (rioolgemalen en RWZI’s)
Hoofdwegen (A27/A15, N214 en N216)
Verzorgingshuizen en ziekenhuizen
Gemalen van het waterschap
Norm 4: De grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend in de functiekeuze, systeemkeuze en inrichting van het plangebied
Motivatie: De grondwaterstanden mogen niet ter plekke verlaagd worden om de desbetreffende functie mogelijk te maken. Dit heeft een “domino-effect” op de omgeving waardoor niet alleen het gebied met een nieuwe functie, maar ook een veel groter gebied (soms binnen stralen van tientallen kilometers) “ontwaterd” wordt. (dit is benoemd in de Beleidsregels bij waterschapsverordening Waterschap Rivierenland bij artikel 12)
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
Beter bouwrijp maken
Groene privétuinen
Droogtebestendige beplanting
Bodemstructuurverbetering
Kruipruimteloos bouwen
Hoofdstuk 10
Artikel 10.3
Maatregelen
Onderdeel van Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen gemeente Molenlanden 2025