Om de geformuleerde normen te realiseren, moeten de volgende maatregelen uitgevoerd worden.
Norm 1: Bij alle nieuw- en verbouw projecten (ook gemeentelijk vastgoed), en in de openbare ruimte worden er maatregelen toegepast die de biodiversiteit verbeteren.
Motivatie: Zonder voldoende biodiversiteit kunnen ecosystemen niet goed functioneren. Dat heeft dus gevolgen voor ecosysteemdiensten, zoals de zuurstof die we inademen en het voedsel dat we verbouwen. En juist die ecosysteemdiensten spelen een belangrijke rol bij het mitigeren van klimaatverandering.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
We bouwen natuurinclusief.
Nieuwbouwwoningen zijn voorzien van een variatie aan gevelstenen voor vogels, vleermuizen en insecten (één per woning).
Aanleggen vlinderstroken;
Norm 2: Voor realisatie van natuur inclusief bouwen wordt de checklist natuurinclusief bouwen (zie bijlage I) gehanteerd. Van deze checklist moeten minimaal 20 maatregelen in het project worden gerealiseerd.
Motivatie: Door natuurinclusief bouwen toe te passen, wordt er bewust ruimte gecreëerd voor biodiversiteit aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving. Op deze manier kunnen er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. Dit is van toepassing bij elk project vanaf 2 woningen.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
Gemeente Molenlanden neemt deel aan het convenant klimaatadaptief bouwen van de Provincie Zuid-Holland. Dit houdt onder andere in dat we bij projecten twintig maatregelen moeten toepassen uit de lijst die bij de regeling hoort. Voor dit project zijn de volgende twintig maatregelen geselecteerd:
Gebouwen hebben groene daken.
Iedere woning/appartement heeft een nestkast voor vogels of insecten.
Ieder appartement heeft ten minste 2 m2 aan ingebouwde bloembakken of groeiplaatsen op het balkon.
Er zijn voorzieningen voor vleermuizen in en om het gebouw.
Alle muren zijn waar mogelijk bedekt met (klim)planten.
De gevels van de gebouwen hebben nestgelegenheid voor zwaluwen of huismussen.
Er zijn habitats en overwinteringsplaatsen voor amfibieën.
Het hele jaar is er voedsel voor vogels beschikbaar.
Er zijn voorzieningen voor insecten bijvoorbeeld steenstapel, insectenhotel.
De ontwikkelaars werken samen met ecologische experts.
De vegetatie op het terrein heeft in elk seizoen bloeiende planten.
De vegetatie op het terrein is rijk aan nectar en stuifmeel
Zorg voor variatie in de beplanting, niet meer dan vijf per soort.
Er zijn ten minste twee verschillende fruit- en bessenplanten per 100 m2 terrein.
Er is een biotoop voor waterinsecten op het terrein.
Het terrein is groen, maar er zijn geen gazons.
De vegetatie op het terrein heeft een bepaalde kleur of vorm als thema.
Afscheidingen worden als haag uitgevoerd met minimaal drie verschillende heesters.
Alle oppervlakten op het terrein zijn water doorlaatbaar.
Al het hemelwater is van het riool afgekoppeld.
Regenwater van de gebouwen hebben een tweede gebruik (bijvoorbeeld door het nathouden van de bodem of gebruik regentonnen, of het opslag van regenwater met bassins in de kruipruimte van de woningen).
Norm 3: Ecologische oplossingen en oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen hebben in principe voorrang boven ‘grijze’ oplossingen.
Natuurlijke processen en structuren zijn basis voor het plan. Een ontwerp met biodivers groen passend bij de lokale bodem- en waterkenmerken met verbindingen met omliggende groen- en waterstructuren is een eis.
Mogelijke maatregelen om aan de norm te voldoen
Habitat voor fauna
Daktuinen
Groene privétuinen
Geveltuintjes
Bloemenvelden
Groene gevels
Hoofdstuk 14
Artikel 14.3
Maatregelen
Onderdeel van Handboek duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen gemeente Molenlanden 2025