Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Subsidiegrondslagen

Onderdeel van Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie Lingewaard 2025

1.. Het college kan aan de eigenaar-bewoner van een woning met inachtneming van het bepaalde in deze regeling subsidie verlenen ten behoeve van kosten die in redelijkheid direct verband houden met maatregelen gericht op: Spouwmuurisolatie (met isolatiewaarde van Rd ≥ 1,1 m2K/W en een oppervlakte van minimaal 10m2); Gevelisolatie (met isolatiewaarde van Rd ≥ 3,5 m2K/W en een oppervlakte van minimaal 10m2); Vloerisolatie (met isolatiewaarde van Rd ≥ 3,5 m2K/W en een oppervlakte van minimaal 20m2); Bodemisolatie (met isolatiewaarde van Rd ≥ 3,5 m2K/W en een oppervlakte van minimaal 20m2); Dakisolatie (met isolatiewaarde van Rd ≥ 3,5 m2K/W en een oppervlakte van minimaal 20m2); Zolder/vliering-vloerisolatie (met isolatiewaarde van Rd ≥ 3,5 m2K/W en een oppervlakte van minimaal 20m2); Glas en kozijnpanelen (met isolatiewaarde van U ≤ 1,2 W/m2K of met isolatiewaarde van U ≤ 0,7 W/m2K en een oppervlakte van minimaal 3m2); Isolerende deuren (met isolatiewaarde van U ≤ 1,5 W/m2K en een oppervlakte van minimaal 3m2). 2.. Bij deze maatregelen dient rekening te worden gehouden met de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). 3.. Voor de aanvraag van een subsidie in het kader van deze regeling gelden een viertal routes: collectieve advies- en inkoopactie; regel-het-zelf na uitvoering van de isolatiemaatregel; doe-het-zelf; ontzorgen. 4.. Voor maatregelen die worden genomen via de route doe-het-zelf gelden de oppervlakte-eisen als genoemd in artikel 4 lid 1 niet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel