Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bekijken, bewerken en vernietigen van opgenomen beeldmateriaal door medewerkers

Onderdeel van Besluit bodycams gemeente Oldebroek

1.. De volgende medewerkers van de organisatie mogen de beelden bekijken: Toezichthouders en boa’s; Hun direct leidinggevende en diens plaatsvervanger; Overige medewerkers, voor zover zij betrokken zijn bij één van de hieronder genoemde doeleinden en hiertoe worden uitgenodigd door de leidinggevende van de betrokken medewerker(s). 2.. Beelden mogen alleen worden bekeken door twee of meer medewerkers samen. Bij het bekijken van de beelden is altijd tenminste de betrokken medewerker en diens leidinggevende aanwezig. 3.. Het doel van bekijken door medewerkers mag uitsluitend zijn: Het afhandelen van een klacht; Het afhandelen van een AVG-verzoek; Leerervaring op het plaatsgevonden incident. 4.. De opnames kunnen alleen worden gebruikt als leerervaring op initiatief van de betrokken medewerker(s). 5.. Bij het bekijken van de beelden worden de volgende maatregelen genomen: Er wordt voor gewaakt dat, buiten de bevoegde bekijkende medewerkers, geen anderen de beeldopnamen kunnen waarnemen; Op geen enkele wijze mogen beelden, foto’s, geluidsopnames of kopieën worden gemaakt. 6.. Indien tijdens het bekijken wordt vastgesteld dat een van de maatregelen van het vijfde lid zijn overtreden, dan wordt het bekijken direct beëindigd. 7.. De opgenomen personen (inclusief medewerkers) worden, voor zover ze niets met het incident te maken hebben, onherkenbaar gemaakt door middel van blurring. 8.. Het is de medewerker niet toegestaan zelfstandig bodycam-opnamen te vernietigen. Het verwijderen van beelden mag alleen indien de betrokken toezichthouder/ boa en diens leidinggevende dat gezamenlijk besluiten. 9.. Het bewerken of verwijderen van gegevens geschiedt altijd in overleg tussen de betrokken medewerker en diens leidinggevende. De leidinggevende besluit, zo nodig na het inwinnen van advies bij het cluster Privacy, of de wijziging of vernietiging van beelden geoorloofd is.

Rechtspraak bij dit artikel