Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend mag – onverminderd het in de voorwaarden van een omgevingsvergunning voor het bouwen bepaalde – niet worden begonnen alvorens door of namens het bevoegd gezag voor zover nodig zijn aangegeven :
het straatpeil en/of de hoogte van de beganegrondvloer is aangegeven;
de rooilijnen en/of de bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Het uitzetten van de bouw
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Houten, herziening 2010